Demonstratie met fouten? Niet erg!

Eind augustus verzorg ik samen met Daan Rookmaaker een workshop voor Nobtra-trainers. De workshop gaat over demonstreren. Vooraf heb ik gevraagd of de trainers dat weleens doen. Wat blijkt? De helft van de aanwezigen geeft af en toe een demonstratie en de andere helft wil het gaan doen.

Dat was 25 jaar geleden wel anders. Toen ik begon met trainen, gaf ik nooit demo’s en mijn collega’s ook niet. Ik vond het mijn taak om de deelnemers zo te begeleiden dat zíj het nieuwe gedrag gingen doen, niet om het zelf te doen. Bovendien leek demonstreren me doodeng. Wat als ik het wilde voordoen en dat niet zou lukken?

Dat blijkt ook voor de trainers in de Nobtra-workshop een belangrijke vraag. Hoe ga je om met de spanning dat je het goed wilt voordoen? En wat doe je als dat niet lukt? Wat mij veel rust heeft gegeven, is de eyeopener dat deelnemers ook leren van een demonstratie met fouten.

Wat is een demonstratie?

De meest basale vorm van demonstreren is show and tell. Je laat eerst zien hoe de deelnemers iets kunnen aanpakken en daarna vertel je hoe het werkt. Stel, je wilt deelnemers leren hoe ze een LinkedIn profiel aantrekkelijk maken. Dan laat je zien hoe je een saai LinkedIn profiel verbetert. Geef je computertrainer, dan laat je zien hoe de procedure werkt. En geef je een communicatietraining, dan laat je zien hoe een gesprekstechniek werkt.

Demonstreren kan met een filmpje of met een uitgeschreven dialoog. Maar de meest krachtige vorm is dat je het nieuwe gedrag als trainer voordoet met een situatie van een deelnemer. Dat maakt de training meteen echt. Stel je voor dat je de deelnemers wilt leren om aardig een opdracht of verzoek te weigeren. Een deelnemer zegt: ‘Bij mijn baas werkt dat nooit!’ Dan zeg jij: ‘Zal ik eens laten zien hoe ik dat zou doen? Jij speelt je baas en ik laat zien wat ik jullie wil leren.’ Als je zo’n echte casus goed aanpakt, is dat heel overtuigend. De deelnemers zijn vaak verbluft: ‘Dit werkt inderdaad!’

Dat kan fout gaan

Nieuw gedrag demonstreren met een situatie van een deelnemer maakt de training dus echt, maar het is ook spannend. Omdat de deelnemer een echte, lastige casus inbrengt, bestaat de kans dat jouw reactie niet meteen effect heeft. En dat voelt niet fijn. Je hebt het misschien al tijdens de demo zelf door: ‘Shit, wat moet ik hard werken.’ En anders geven de deelnemers het je na afloop wel terug: ‘Wat je toen deed, vond ik niet erg handig.’ Daardoor kun je bang worden dat je het vertrouwen van de groep verliest. Of je gaat twijfelen aan het effect van de training. Je wilt de deelnemers immers leren hoe het wel moet en dat komt er zo niet goed uit.

Maar zijn fouten erg?

Gelukkig is het niet nodig dat je als trainer een foutloze demonstratie geeft. Want de deelnemers leren ook van een demonstratie waarin aanvankelijk fouten zitten. Dat blijkt uit een artikel van Anastasia Kitsantas, Barry Zimmerman en Timothy Cleary uit 2000. Zij willen weten van welke demonstratie deelnemers het meest leren: van ‘meteen goed voordoen’ of van ‘eerst fout voordoen en dan goed’. Om dat te onderzoeken geven ze 60 onervaren deelnemers een korte training over darten. Ze verdelen de deelnemers over 3 groepen.

  • Groep 1 krijgt een korte uitleg over darten, maar geen demonstratie. Daarna gaan de deelnemers oefenen. Dit is de controlegroep.
  • Groep 2 krijgt een korte uitleg over darten en bekijkt daarna een video. Op de video gooit een darter 15 keer een set darts zonder fouten te maken – ze doet alle bewegingen steeds foutloos voor. Daarna gaan de deelnemers oefenen.
  • Groep 3 krijgt een korte uitleg over darten en bekijkt daarna een video. Op de video gooit een darter 15 keer een set darts en maakt in het begin veel fouten. Gaandeweg gooit ze steeds beter en de laatste 3 sets gooit ze foutloos. Daarna gaan de deelnemers oefenen.

Na afloop meten de onderzoekers vier zaken. Eerst laten ze de deelnemers allemaal 6 darts gooien en berekenen ze hun score. Daarna laten ze de deelnemers vragen beantwoorden om te meten hoe tevreden ze zijn over hun prestaties, hoeveel vertrouwen ze hebben in hun dartvaardigheden en hoe leuk ze darten vinden in vergelijking met vier andere schoolsporten. In de grafiek hieronder zie je de resultaten. Hier vind je de samenvatting van hun onderzoek.

Demonstratie met fouten 01

Uit de grafiek blijkt dat de groep die eerst foute voorbeelden ziet en daarna goede het best scoort. Ze halen de meeste punten, zijn het meest tevreden over hun prestaties, hebben het meeste vertrouwen in hun kunnen en vinden darten het leukst. De groep die een demonstratie zonder fouten ziet, scoort ook goed, maar minder dan de groep die een demonstratie met fouten heeft gezien. De controlegroep, die geen demonstratie ziet, scoort het slechtst: ze behalen weinig punten, zijn het minst tevreden over hun prestaties, hebben weinig vertrouwen in hun dartvaardigheden en vinden darten niet interessant.

Werkt dat ook met cognitieve vaardigheden?

Nu gaat het onderzoek hierboven over een motorische vaardigheid als darten. De vraag is wat het effect is van demonstraties met fouten bij meer cognitieve vaardigheden. Om dat te onderzoeken, herhalen Zimmerman en Kitsantas in 2002 hun onderzoek met een schrijfvaardigheid. Ze geven 60 deelnemers een korte training hoe je zes korte, staccato zinnen kunnen samenvoegen tot een mooi lopende zin. Ook nu verdelen ze de deelnemers in 3 groepen (geen demonstratie, een demonstratie zonder fouten en een demonstratie met fouten) en meten ze na de training dezelfde zaken. Hieronder zie je de resultaten. Hier vind je de samenvatting van hun onderzoek.

Demonstratie met fouten 02

In deze grafiek zie je hetzelfde patroon als in de eerste. Ook nu scoren de deelnemers die een demonstratie zonder fouten hebben gezien het best, gevolgd door de deelnemers die een foutloze demonstratie hebben gezien. Alleen zijn de verschillen tussen de groepen nu kleiner. Dat komt waarschijnlijk doordat de deelnemers al meer ervaring hebben met zinnen-samenvoegen dan met darten. En zelfs dan zie je dat demonstreren beter werkt dan geen demo geven en dat deelnemers ook leren van fouten tijdens een demonstratie.

Je kunt dus ontspannen bij fouten

Uit deze onderzoeken blijkt dat deelnemers veel leren van een demo en dat ze nog meer leren wanneer ze zien wat er fout kan gaan en hoe je dat kunt verbeteren. In het Engels heet dat een ‘coping model’, een ‘ploeterend voorbeeld’. Als trainer kan het inderdaad voelen als ploeteren wanneer je iets probeert te demonstreren en het niet meteen lukt. Zelf ploeter ik relaxter wanneer ik me realiseer dat de deelnemers dan het meest van me leren.

Met opzet fouten maken of per ongeluk?

Betekent dit nu ook dat je bij alle demo’s opzettelijk fouten moet maken? Eerlijk gezegd ben ik daar bij communicatietrainingen niet zo voor. Want het is best lastig om communicatievaardigheden geloofwaardig fout voor te doen. Het wordt al snel een karikatuur en dan kunnen de deelnemers zich beledigd voelen: ‘Denkt de trainer dat ik het zó doe?’ Echte fouten zijn veel geloofwaardiger en daardoor leerzamer. Wanneer een deelnemer een echte situatie inbrengt, is die vaak al zo uitdagend dat je vrijwel nooit helemaal foutloos reageert. Vaak valt er dus wel iets te benoemen waar je bent ingehaakt of het net niet handig hebt gedaan. Voor de deelnemers zijn zulke echte fouten heel herkenbaar en interessant om na te bespreken en te verbeteren. En natuurlijk vraag je ze ook om te benoemen wat je wél goed hebt gedaan, want ook dat is leerzaam.

Ik wilde een keer demonstreren hoe ik zou omgaan met weerstand bij de start van een training. Mijn tegenspeler speelde een vrij dominante deelnemer die ze in haar groep had gehad. Ik startte goed, maar op een gegeven moment tuinde in erin en ging ik de machtsstrijd. Dat vond zij niet leuk en dat gaf ze me ook terug bij de nabespreking. We hebben dat samen geanalyseerd en dat was erg leerzaam. Op een gegeven moment zei ik hardop denkend: ‘Oh ja, ik had beter zus en zo kunnen reageren’. De hele groep keek tevreden: dat was inderdaad een betere manier geweest om met deze dominante deelnemer om te gaan. En ik erkende: het klopt, jij zei iets en daar haakte ik inderdaad op in.

Niet alleen maar foute voorbeelden

Bij een demonstratie is het wel belangrijk dat je niet alles fout voordoet. Wanneer deelnemers alleen maar foute voorbeelden zien, leren ze niet hoe het wel moet. Wanneer deelnemers alleen maar foute voorbeelden zien, leren ze niet hoe het wél moet. Uit onderzoek blijkt dat deelnemers die alleen maar mislukte demonstraties zien, steeds meer gaan twijfelen aan hun vaardigheden. Dat fenomeen staat bekend als ‘learned helplessness’ – aangeleerde hulpeloosheid.

Het is dus belangrijk dat je als trainer bij een demonstratie ook voldoende dingen goed doet. Zeker als je nog vrij vers bent in een onderwerp kan dat lastig zijn. Hoe krijg je dat voor elkaar?

  • Voor de training: zorg dat je helder hebt voor welke situaties je handvatten wilt geven. Stel, je wil deelnemers leren omgaan met lastige klanten. Met welke klanten hebben ze dan te maken? Zijn dat klanten die heel eigenwijs zijn wanneer je ze advies geeft, klanten die lang van stof zijn, boze klanten of juist heel emotionele klanten? Hoe preciezer jij weet wat je de deelnemers wilt leren, hoe beter je dat kunt voordoen.
  • Voor de training: wanneer je zelf uit de praktijk van je deelnemers komt, is het vaak gemakkelijker om een demo te geven. Kom je niet uit hun praktijk, oefen dan het nieuwe gedrag dan een paar keer op een collega.
  • Tijdens de training: vraag naar situaties die mensen lastig vinden en kies een situatie waarbij jij je wat kunt voorstellen. Het moeten wel echte situaties zijn, dus een deelnemer brengt een echte ervaring met een klant in. Wanneer iemand zijn angstfantasie van een boze klant speelt, wordt het zo extreem dat je geen succes kunt halen met je demo.
  • Tijdens de training: laat deelnemers niet zichzelf spelen. Soms wordt de emotie dan zo hevig dat er ook geen succes te behalen is. Wanneer je bijvoorbeeld een training geeft over omgaan met boze klanten vraag je dus niet: ‘Wanneer ben je zelf boos geweest als klant.’ Want dan gaat de deelnemer zijn echte frustratie nog eens dunnetjes bij jou overdoen. Je vraagt wel naar ervaringen die ze hadden in het omgaan met boze klanten. Dan speelt de deelnemer zijn boze klant en daarmee is de situatie net wat behapbaarder. Vervolgens ga je aan de slag en bespreek je grondig na. Meer over die procedure lees je in dit blog.

Wil je zelf leren hoe je een demo geeft? Dat kan in de opleiding Train de trainer, in de opleiding Van deskundige naar trainer en in de opleiding Didactisch meesterschap. En  je leert het ook in de driedaagse training Resultaat met rollenspellen.

3 gedachten over “Demonstratie met fouten? Niet erg!”

  1. Ik herken de angst om fouten te maken als ik het voor zou doen heel sterk. Ik heb er zelf wel een mooie tussenvorm voor gevonden. Omdat ik zowel trainer als trainingsactrice ben, kan ik bij een training waar een collega trainingsacteur bij aanwezig is, werken met het regiemodel. Wij spelen samen een herkenbare casus uit, en laten dat in eerste instantie niet goed verlopen. Daarmee laten we ook zien hoe snel miscommunicatie kan ontstaan. Daarna regisseren de deelnemers een van ons in gewenst gedrag.
    Samen gaan we op zoek naar interventies die wel werken, die wel effect hebben. Die gezamenlijke zoektocht werkt super.

  2. Ik denk ook aan het effect van provocatie op het brein. Of gebruik van fout als een groeimodel voor leren en ontwikkelen. Uit beiden komt veel dopamine vrij als ze vanuit groei benaderd wordt. Dopamine is ons gelukshormoon 🙂

Een reactie plaatsen