Waarom ik niet meer zeg dat iets makkelijk is

Vorige week was ik gasttrainer bij het laatste blok van de opleiding train de trainer. De trainers in opleiding geven dan een minitraining van 45 minuten voor externe gasten en collega-deelnemers en krijgen na afloop feedback. Zo is de minitraining een oogst van wat ze geleerd hebben en ze leren er natuurlijk ook weer van.

Een van de trainers had een uitdagend onderwerp. Hoe zet je een interview naar je hand door je eigen kernboodschap in je antwoord te stoppen, ongeacht de vraag die de journalist stelt? En hoe doe je dat op zo’n manier dat de interviewer en de kijkers niet doorhebben dat je de vraag in je eigen richting stuurt? Dat leek de deelnemers knap lastig en dat zeiden ze ook. Maar de trainer stelde ze gerust: ‘Het is heel makkelijk! Jullie kunnen het ook, dat zul je zien.’ En dat bleek ook: na 45 minuten kon iedereen het. ‘Zie je wel’, zei de trainer, ‘het is heel makkelijk!’

Deelnemers vinden het wél lastig …

Hoe is het voor de deelnemers om van de trainer te horen dat iets makkelijk is? Je wilt ze ermee geruststellen, maar het is de vraag of die boodschap overkomt. Het kan ook voelen als een ontkenning. ‘Deze trainer snapt niet dat ik het wél lastig vind! En na afloop haalt je boodschap wat van de glans van het resultaat weg. Het is niet zo dat de deelnemers geleerd hebben doordat ze hun best hebben gedaan. Nee, ze hebben het nieuwe gedrag kunnen leren, doordat het best makkelijk was.

En dat was bij deze training echt niet waar. Ik zat erbij en keek ernaar en zag dat de deelnemers het behoorlijk pittig vonden om hun kernboodschap in elk antwoord te stoppen. Het lukte ze uiteindelijk wel, doordat ze allemaal hun best deden en doordat de trainer de training uitgekiend had opgebouwd.

… en hebben een growth mindset nodig

Maar de belangrijkste reden om niet te zeggen dat iets makkelijk is, vind ik dat je de deelnemers er niet mee helpt. Je dient ze meer door te erkennen dat het nieuwe gedrag lastig is en door te beloven dat je ze gaat helpen om het te leren. Op die manier stimuleer je een growth mindset. In die mindset gaan mensen ervan uit dat leren moeite kost. Hoe groter de inspanning, des te groter de beloning. Een growth mindset helpt deelnemers om te leren, doordat ze fouten durven maken. Sterker nog: ze gaan ervan uit dat ze fouten zúllen maken en dat ze zich gaan verbeteren door hun best te doen. In dit blog lees je meer over de growth mindset.

Vertel je de deelnemers dat het nieuwe gedrag makkelijk is, dan komen ze eerder in een fixed mindset. In die mindset geloven mensen dat ze vaststaande talenten en valkuilen hebben. Daardoor staat bij voorbaat vast wat ze kunnen leren en wat niet. Gedrag waarvoor ze aanleg hebben, pikken ze makkelijk op; gedrag dat niet in hun straatje past, zullen ze moeilijk blijven vinden. Met de opmerking dat iets makkelijk is, verdeel je de deelnemers dus impliciet in twee groepen: de ‘kunners’ en de ’niet-kunners’. Zeg jij dat iets gemakkelijk is, maar vinden sommige deelnemers het toch moeilijk? Dan zijn het blijkbaar ‘niet-kunners’ en dat is niet fijn om te horen: deze deelnemers zullen eerder de neiging hebben om af te haken. Paradoxaal genoeg is het voor de andere groep  ook geen handige opmerking. Zij staan nu bekend als de wel-kunners en hebben dus iets te verliezen. Daardoor zullen ze bij een volgende oefening geneigd zijn om risico’s te mijden en gaan ze minder leren.

‘Het is ook niet makkelijk!’

Gelukkig ligt de mindset van je deelnemers niet vast.  Als trainer kun ze helpen om een growth mindset aan te nemen door te erkennen dat het nieuwe gedrag lastig is. ‘Het is ook niet makkelijk. Maar ik ga jullie helpen en dan lukt het uiteindelijk wel. No pain, no gain!’ Hierdoor gaan ze geloven dat ze veel kunnen leren, zo lang ze hun best maar doen. Wanneer ze aan het eind van de training echt succes hebben, oogst je dat door het verband te laten zien tussen hun inspanning en het resultaat. ‘Wat hebben jullie hard gewerkt! En moet je eens zien hoe veel dat oplevert. Jullie kunnen het nu allemaal!’ Dit geeft de deelnemers een robuust vertrouwen in hun eigen kunnen. Door deze oogst geeft een effectieve training vaak zo’n kick voor deelnemers (en voor trainers).

Dus zegt een deelnemer aan het begin van de training ‘Dit is best lastig’? Geef hem dan gelijk. En voeg het woordje ‘nog’ toe, waardoor je aangeeft dat het te leren valt. ‘Het is inderdaad nog lastig, maar moet je eens kijken wat je gaat leren vanmiddag!’ Daarmee bereik je drie dingen.

  1. De deelnemer voelt zich gehoord: deze trainer snapt hoe hij zich voelt.
  2. De deelnemer wordt gemotiveerd om te werken. Hij snapt dat het inspanning vergt om het nieuwe gedrag onder de knie te krijgen.
  3. Na afloop valt er een succes te vieren. De deelnemer heeft hard gewerkt en is het nieuwe gedrag meester geworden.

De journalist de baas

De laatste reden waarom je als trainer beter niet zegt dat iets makkelijk is: je doet er je eigen vakmanschap te kort mee. Dat zag ik tijdens deze training. Die werkte alleen zo goed, omdat de betreffende trainer, Serge van Rooij, een heel slimme opzet gekozen had. Dat de deelnemers in drie kwartier konden leren hoe je een journalist de baas bent, was dus ook te danken aan het vakmanschap van Serge. Hieronder zie je hoe ‘m dat lukte.

1. De pijn op tafel met een introductie

Eerst liet Serge deelnemers hun ervaringen met journalisten uitwisselen. De ene deelnemer was teleurgesteld dat zijn verhaal anders in de krant was gekomen dan hij bedoelde. Een ander had zelf geen ervaring met interviews. ‘Zodra er een journalist komt, moet de afdeling voorlichting dat doen. Ze zijn bang dat journalisten je een loer gaan draaien, dus daar moet je voor uit kijken.’ Hiermee lag het probleem op tafel en sloeg Serges belofte aan: in deze workshop word je de journalist de baas.

2. Zelf proberen en het verschil merken

Hierna interviewde Serge een deelnemer over zijn werk. De deelnemer kreeg de opdracht: ‘Je wilt niet over privé praten.’ Interviewer Serge was natuurlijk uitgekookt en dus ging het mis. De deelnemer herkanste met een tip: heb je kernboodschap helder voor ogen en kom er bij elke vraag op terug. Dat werkte! Toen kregen we door dat het lastig was, maar ook dat er succes te halen viel.

3. Een handig handvat

Vervolgens legde Serge het nut van een kernboodschap uit. Hij legde uit hoe je die in drie stappen voor het voetlicht brengt. 1. Luister goed naar de vraag. 2. Zoek een haakje voor je eigen boodschap. 3. Ga via dit haakje naar je eigen boodschap .

4. Demonstratie: ‘Het werkt! (maar we kunnen het nog niet.)’

In de tweede oefening mochten alle deelnemers Serge vragen stellen. Hij demonstreerde hoe je elke keer uitkomt bij je kernboodschap (‘Ik vind mijn werk heel erg leuk’).

5. Simpel oefenen: ‘Dit kunnen we.’

In de derde oefening werden de rollen omgedraaid: nu stelde Serge de vragen en kwamen de deelnemers elke keer uit bij hun kernboodschap (‘Het is vandaag heerlijk weer!’) Deze oefening lukte wel, maar was nog wat simpel, omdat de deelnemers ook mochten liegen. Op de vraag ‘welke auto heb je?’ mochten ze bijvoorbeeld antwoorden: ‘Een auto met een open dak, en dat is zo fijn op een dag als vandaag, als het zulk heerlijk weer is!’

6. Echt oefenen: ‘Het is gelukt!’

Daarom maakte Serge de laatste oefening wat lastiger. Nu was de kernboodschap dat iedereen elektrisch moest gaan rijden uit zorg voor het milieu. En we mochten niet meer liegen. We mochten wel even nadenken voordat we antwoord gaven, want dat mag je in het echt ook als je geïnterviewd wordt.

Ook deze ronde lukte! En man, man, man, wat waren we trots op onszelf! Van het wantrouwen en de harde dobber bij de start naar het succes aan het eind. Iets dat moeilijk leek, was nu makkelijk. En we gaan allemaal opletten hoe Rutte dit doet, want volgens Serge kan hij dit heel goed.

Hoe kijkt Serge terug?

‘Als ik terugkijk op de minitraining ben ik heel tevreden. De feedback die Karin me gaf, was precies de reden waarom ik de opleiding train de trainer ben gaan volgen. Ik had veel ervaring als trainer en mijn opdrachtgevers waren altijd heel tevreden. Toch had ik het gevoel dat er nog meer uit te halen viel, met name in didactisch opzicht. Die verwachting heeft de opleiding helemaal waargemaakt. Ik ben erachter gekomen dat ik gevoelsmatig al veel goed deed, maar nu is het steviger verankerd in de didactiek. Mijn trainingen zijn beter opgebouwd en ik ben nu met mijn volle aandacht bij de deelnemers. Voorheen was ik dat ook wel, maar vooral vanuit de gedachte: als ze het maar goed genoeg vinden. De opleiding heeft me meer rust en zelfvertrouwen gegeven. En het trainen is alleen maar leuker geworden.’

Serge van Rooij, trainer bij Bex communicatie

En zijn collega-deelnemers?

‘Ik was klasgenoot bij Serge tijdens de opleiding en was aanwezig bij zijn mooie minitraining. Ook voor mij was het een eye-opener dat het niet helpt om te zeggen dat het makkelijk is. Als trainer krijg je de frustraties van het “moeilijke leren” natuurlijk wel mee en als je niet oppast ga je jezelf verdedigen dat het “echt wel goedkomt”. Je moet nog harder aan de bak om slimme reacties te geven op deelnemers die het nog moeilijk vinden. Wat heerlijk is dat juist andersom te gaan doen! “Inderdaad,  het is ook moeilijk. En daarom gaan we ermee oefenen!”‘

Wies van der Zee, trainer en trainingsacteur

1 gedachte over “Waarom ik niet meer zeg dat iets makkelijk is”

  1. Mooi Karin. Goede tip om mee te nemen. We doen het altijd om te helpen natuurlijk, dat zeggen dat het best simpel is, en we vergeten dat we daarmee de deelnemers faalangst op het lijf jagen.
    Ik ben een grote voorstander van de growth mindset, en een fan van Carol Dweck. Dus die tip van je neem ik graag mee voor mijn vergaderingen met het team. Ik zeg nooit meer dat iets gemakkelijk is, wel dat het knap lastig kan zijn, maar dat we met flink oefenen er zeker geraken.
    Bedankt!

Een reactie plaatsen