Meer beweging in je training

Misschien heb je het ook gelezen: zitten is het nieuwe roken. Hoe langer je op een dag zit, hoe groter de gezondheidsrisico’s. Sporten is goed, maar dagelijkse beweging nog beter. Als trainer ben je vaak in beweging, maar hoe zit het met deelnemers? Ik moet eerlijk toegeven: in mijn trainingen zaten deelnemers vaak stil, maar de laatste tijd let ik erop. Hoe kan ik ze in beweging krijgen? Dit zijn mijn drie favoriete manieren.

1. Laat deelnemers staan als het even kan

Laat de deelnemers staan als ze niet hoeven zitten. Vaak maakt het geen verschil of ze iets staand of zittend doen en sommige oefeningen worden er zelfs beter van. Een paar voorbeelden.

Oogsten in tweetallen

Na een oefening komen de subgroepjes weer bij elkaar. Je wilt oogsten wat de oefening heeft opgeleverd. Vraag de deelnemers om door de zaal te lopen en al lopend na te denken wat hun belangrijkste conclusie is. Na 30 seconden zeg je: ‘Zoek iemand uit die net niet in je subgroepje zat. Wissel jullie conclusies uit.’

Oogsten per stap

Stel, je behandelt de fases van het slecht-nieuwsgesprek of de stappen van win-win-onderhandelen. Zet deze stappen op losse flappen of A4-tjes. Vraag de deelnemers: ‘Welke stap vond je het belangrijkst bij de vorige oefening?’ Ga daarbij staan. Je kunt ze eerst in tweetallen hun conclusies laten uitwisselen en daarna plenair inventariseren. Al die tijd sta je met elkaar bij de flappen op de grond.

De wasmachine

Laat de deelnemers in een kring staan en verdeel ze in subgroepjes. Groepje A moet stap 1 van de checklist op jou uitproberen, groepje B doet stap 2 enzovoort. Dit kan bijvoorbeeld met de stappen van het slecht-nieuwsgesprek of met reageren op agressie. Jij draait door naar het volgende groepje als ze een stap goed uitgevoerd hebben. Doordat je dit staand doet, houd je de energie erin. Bovendien zijn de deelnemers letterlijk dichter bij elkaar – hierdoor geven ze elkaar eerder feedback of gaan ze elkaar helpen.

De kennismaking

Laat elke deelnemer staan als hij zich voorstelt en (bijvoorbeeld) vertelt waarom hij deze training volgt. Wie zich herkent in het verhaal gaat ook staan. Eén van de deelnemers die is gaan staan, gaat door met voorstellen en legt eerst uit waarin hij zich herkende. De kennismaking gaat hierdoor sneller en wordt interessanter.

2. Oefeningen in de ruimte laten doen

Deze optie vind ik fantastisch omdat hij ook didactisch zo goed werkt: oefeningen neerzetten in de ruimte. Dat kan op een aantal manieren.

Stapstenen

Zodra deelnemers een stappenplan moeten volgen, breng je ze in beweging door de stappen op losse A4-tjes te zetten. Ze bewegen dan letterlijk van de ene stap naar de andere. Hierdoor gaan ze de stappen ook beter onderscheiden in hun hoofd.

Bij de meeste communicatietrainingen kun je stapstenen gebruiken. Stel, je behandelt de fases van een verkoopgesprek. Oefenaar en gesprekspartner gaan tegenover elkaar staan bij de eerste fase. De oefenaar start het gesprek en de gesprekspartner gaat naar de volgende fase als hij vindt dat de oefenaar het goed heeft gedaan. Lukt het nog niet, dan blijft hij staan. Ze zetten stop, bespreken wat er nog niet goed gaat en hoe het anders kan. De oefenaar probeert opnieuw.

Ook bij een training met cognitieve inhoud kun je de stappen in de ruimte neerzetten. Stel dat deelnemers een agendaplanning moeten maken. Ze moet eerst een overzicht maken van alle taken, daarna bepalen wat urgent en belangrijk is en tot slot een keuze maken voor de volgende dag. Die drie stappen kun je op verschillende flappen zetten met hun eigen tips. Je hangt ze aan drie plaatsen op de muur en de deelnemers gaan ze in tweetallen of individueel af met hun eigen takenlijst. Zo passen ze de stof stap voor stap toe.

Doordat je stappen fysiek scheidt, geeft dat een extra anker voor de deelnemers. Ze worden gestimuleerd om echt stap voor stap te werken en dat is vaak nodig voor het beste resultaat.

Posities innemen

Veel communicatiemodellen gaan over posities innemen: de Roos van Leary (zit je onder/boven en samen/tegen), situationeel leidinggeven (sturen op de taak of op de relatie) of assertiviteit (aandacht voor jezelf of voor de ander). Deze posities kun je fysiek op de vloer leggen met A4-tjes. Elke keer als deelnemers een andere positie innemen, gaan ze naar de betreffende plek. Je kunt variëren door te werken met een ‘poppenspeler’. Die zet de oefenaar in het juiste vak en de oefenaar moet dan reageren vanuit dat vak.

Naar buiten

Sommige oefeningen kun je ook lopend doen. Je hebt bijvoorbeeld net uitgelegd dat er tien manieren zijn om titels voor nieuwsbrieven te formuleren. Laat de deelnemers in drietallen naar een boom op vijf minuten afstand lopen. Op de heenweg bedenken ze zoveel mogelijk titels voor een bepaald onderwerp. Eén van hen neemt die op met zijn mobiele telefoon. Bij de boom keren ze om en kiezen ze de drie beste uit. In het zaaltje schrijven ze hun beste titel op een flap zodat je met de groep kunt bespreken wat het resultaat is.

3. Energizers

En natuurlijk hebben we ook altijd nog de energizers: een korte fysieke oefening waarbij deelnemers niet hoeven nadenken en fysiek in beweging komen. Drie tot vijf minuten is genoeg. Je hebt lol, je speelt, je beweegt en daarna ben je weer opgefrist. Ik heb twee favoriete energizers.

De hooligan

  • Ga in een kring staan.
  • Je telt tot 16 en maakt op elke tel een slaande beweging met je rechterhand.
  • Tel tot 16 en sla met je linkerhand op de maat.
  • Je telt tot 16 en schopt met je rechtervoet op de maat.
  • Tel tot 16 en schop met je linkervoet op de maat.

Daarna doe je hetzelfde met tot 8 tellen, dan tot 4, dan tot 2, tot slot tot 1 (rechterarm, linkerarm, rechtervoet, linkervoet). Na de ‘1’ stoot je keihard een kreet uit: ‘whaaaaaaah’ als een boze hooligan. Gelach gegarandeerd. Je bent trouwens ook buiten adem, dus als je hierna een presentatie gepland hebt, start je het best met een vraag aan de groep. J

Fruitmandje

Maak een kring van alle stoelen min 1. Ga zelf in het midden staan en geef alle deelnemers de naam van een fruitsoort: appel, banaan, peer. Degene in het midden moet een stoel zien te bemachtigen. Hij kan dit op twee manieren doen.

  • Hij noemt de naam van één fruitsoort, bijvoorbeeld ‘appels’. Alle appels moeten een andere stoel pakken.
  • Hij zegt ‘fruitmandje’. Nu moet iedereen een andere stoel kiezen, maar je mag niet op de stoel naast je gaan zitten.

Deze energizer wordt nog leuker als je de fruitnamen verandert in termen uit je training. Bij een training timemanagement vervang je de fruitsoorten door ‘urgent’, ‘belangrijk’ en ‘nee!’ en het fruitmandje door ‘timemanagement’.

Hoe breng jij de deelnemers in beweging?

Welke manieren spreken je aan? En heb jij nog andere manieren om de groep meer te laten bewegen?

15 gedachten over “Meer beweging in je training”

  1. Weer een leuke, interessante nieuwsbrief. Zelf kan ik heel slecht tegen de hele dag stilzitten dus probeer ik erop te letten, maar er kan nog veel meer, lees ik nu. Dank je wel!

    • Dank je wel Karin, Fijne oefeningen. Zelf vind ik het ook vreselijk om lang te zitten tijdens een training en elke keer met dezelfde buurvrouw/man oefeningen in tweetallen te doen. Een beginoefening die ik vaak doe, is om mensen lopend naar een ander te laten gaan en met elkaar te zoeken naar 3-5 overeenkomsten, welke soort hangt van de training af. Bijvoorbeeld: misschien vind je het allebei lastig om een groep toe te spreken, of is een bedenken van werkvormen je lust en je leven, en vind je het allebei vreselijk als mensen te laat in je groep komen. Dan zoek je een andere partner en kijk je of die gevonden overeenkomsten ook tussen jullie bestaan. Dat doe je zo een paar keer. Het geeft veel plezier, mensen komen los en ontdekken dat ze wat gemeen hebben met elkaar of juist niet.
      @Remko: dank je wel voor de oefeningen! Ik ga er mee aan de slag!

    • Ha Remko,
      dank voor je aanvulling! Die kan je in andere trainingen goed als energizers gebruiken (als leren te falen niet expliciet het doel is – maar ja: in al onze trainingen is het fijn als mensen fouten durven te maken :))

  2. Leuke oefeningen, Karin, dankjewel!

    Voor de schrijftrainingen die ik geef is het extra lastig om mensen te laten bewegen, vind ik. Lezen en schrijven doe je nu eenmaal vaak zittend… Maar ik ga eens proberen om het voorstelrondje en de bespreking actiever te maken.

  3. Dank voor de tips! Ik ben geen trainer die van nature spelletjes inlast, dus goed om mee te nemen.

    Beweging waarmee ik goede ervaring heb:

    * zorgen dat koffie /thee / lunch buiten de zaal staat: Verplichte wandeling in de pauze.
    * deelnemers uitwerkingen van opdrachten laten opschrijven/tekenen op statische flip-over vellen (Legamaster Magic Charts). Die plakken op muren, deuren en ramen en garanderen dus beweging.
    * verzin halverwege de sessie een nieuwe opstelling van tafels en stoelen en vraag iedereen even mee te helpen…

  4. Leuk artikel met echt bruikbare tips. En ook in de reacties heel wat bruikbare tips.
    Een aantal wil ik uitproberen tijdens een overlegmoment met collega’s want ook daar gaan we zitten, klaar om ‘alleen’ te luisteren…

  5. Mijn trainingen zijn sterk veranderd sinds ik de tafels weghaal. We zitten in een hoefijzer en ik zit en sta op verschillende plekken, afhankelijk van wat we doen (uitleg geven, oefenen, vragen beantwoorden, discussie, verhalen vertellen).

    Ik schrijf en teken op flaps en sinds kort laat ik dat de deelnemers doen. Ik zit dan bij de groep en geef iemand de stift die dan zijn of haar situatie uittekent op een flap. Iedereen meteen betrokken. Ik hoef ook weinig vragen te stellen, dat doet de rest wel. Ben ik meer facilitator dan trainer.

Een reactie plaatsen