Trainen met verdriet

Soms moet je trainen terwijl er iets goed mis zit in je leven. Je broer is overleden, je ligt in scheiding, je kind is ernstig ziek. Wat doe je met dat verdriet tijdens de training?

Deel je het met de groep?

Als trainer heb je alle aandacht nodig voor je deelnemers. Dat lukt niet wanneer je verdriet je in de weg zit. Je kunt niet goed naar ze luisteren als je voortdurend die knoop in je maag voelt. Het ligt dus voor de hand om er bij het begin van de training iets over te zeggen. Want als je je verdriet gedeeld hebt, kun je daarna gemakkelijker met je aandacht bij de groep zijn. Je hoeft dan ook minder bang te zijn dat het je op een ongelegen moment overvalt.

Dat is die vader met een doodziek zoontje

Toch is het de vraag of dit werkt. Wanneer je je verdriet deelt als je er middenin zit, zullen veel deelnemers schrikken. En als je daarna in je trainersrol stapt en wilt beginnen met het programma kunnen de meesten nog niet mee. Zij zien jou nog niet als trainer, maar als vader van een doodziek kind. Dat leidt hen af en daar heb je last van. Je krijgt starende blikken tijdens je uitleg en denkt: ‘Waar denken ze aan?’ Of ze komen naar je toe in de pauze om te vragen hoe het met je is, terwijl jij wilt bedenken hoe je de volgende oefening gaat aanpakken.

Het zoontje van een collega heeft kanker gehad. Ik vraag hem hoe hij daarmee omging tijdens de training. ‘In het begin vertelde ik het altijd aan de groep, omdat het me zo hoog zat. Ik trainde in die tijd veel verpleegkundigen en die wisten precies waar we thuis mee bezig waren. Eerst was dat fijn. Ik voelde me begrepen. Maar later vond ik het minder prettig. Het leidde af van het leerproces. Zij zaten er tijdens de training meer mee in hun hoofd dan ik.’

In dit voorbeeld zie je hoe het werkt. Zodra je iets heftigs deelt met de groep, zitten de deelnemers ermee in hun hoofd. Dat leidt ze af van hun leerproces en dat is ook vervelend voor jou. Doordat je je privé-verhaal gedeeld hebt, kun je lastiger in je rol stappen.

In je rol stappen

In het programma 24 uur met… vertelt Brigitte Kaandorp dat ze moet optreden als ze net gehoord heeft dat haar man bij haar weg wil. Eerst kan ze het niet geloven en daarna alleen maar huilen. Maar die avond moet ze optreden. Ze vertelt dat ze haar regisseur belt die haar meeneemt naar het strand. Ze praat, huilt, gaat even slapen. In de kleedkamer poetst ze haar tranen weg en dan stapt ze het podium op. Ze zegt de eerste zin en krijgt een lach; zo rolt ze de voorstelling in. Je kunt het fragment hier bekijken. Het start op 13.30.

Brigitte Kaandorp beschrijft mooi het proces dat je doorgaat van ‘achter de bühne’ naar ‘op de bühne’. Je angst is dat je niet kunt trainen, dat het verdriet te groot is. Op weg naar de trainingsruimte kun je je tranen nauwelijks bedwingen. Maar dan stap je de trainingsruimte binnen en merk je dat er meer ruimte komt voor de professionele kant van jezelf. Je legt je spullen klaar, er komt een deelnemer binnen… En plotseling bén je de trainer: je verdriet gaat naar de achtergrond en je trainersrol neemt het over. Dus vertel je niet over je broer, maar klets je over de file. Dus open je de training niet in tranen, maar vertel je over het programma. Je traint met het verdriet soms als een steen in je buik en soms op de achtergrond. Maar de groep merkt er niks van.

Voel de kracht van je rol

Als jij de deelnemers normaal benadert, nodig je ze uit om jou te behandelen als normale trainer. En dat zorgt ervoor dat hun leer- en groepsproces al gauw al je aandacht opeist. Zo schuift je aandacht voor je verdriet automatisch naar de achtergrond. Je bent/wordt ‘de trainer’.

Doordat je bezig bent met de deelnemers en ze helpt, merk je bovendien dat je nog steeds een goede trainer bent. Dat geeft vastigheid en voldoening. Je verdriet is er wel, maar daarnaast zijn er ook nog veel andere stukjes van jezelf – stukjes die plezier en voldoening kunnen geven en een bron van kracht kunnen zijn. Even niet aan je verdriet denken en ‘gewoon’ kunnen trainen, geeft dus troost.

Word geen robot

Wil dit nu zeggen dat je nooit iets ergs mag delen, omdat de deelnemers anders afgeleid zijn? Dat je voortdurend als een robot in je rol moet zijn en niks van jezelf moet laten zien?

Nou nee, dat is ook niet de bedoeling. Want daardoor wordt je verhouding met de deelnemers heel ongelijkwaardig. Zij laten van alles van zichzelf zien en jij houdt alles achter. Voor de deelnemers is dat erg onaangenaam en voor jezelf is het heel vermoeiend. Want het is lekker als je jezelf kunt zijn en daar hoort bij dat je persoonlijke verhalen en anekdotes kunt vertellen.

Laat je zelf zien vanuit je rol

De kunst is dus om alleen dat te delen wat de deelnemer helpt of niet in de weg zit. Als het verdriet nog vers is, schrikt de groep ervan. Maar als de wond geheeld is, kun je er met wat afstand over vertellen. De deelnemers voelen dan dat het je niet in de weg zit. Ze zien dat je vanuit je trainersrol vertelt en hoeven niet bang te zijn dat je omvalt; ze hoeven je niet te redden.

Een deelnemer van een collega belt een dag voor de training op. ‘Haar man heeft zojuist de benen genomen en ze is totaal in paniek. Wat moet ze doen? Zelf ben ik acht jaar geleden ook gescheiden en ik herken haar verhaal. Ik deel dat kort. Later vertelt de deelnemer me hoe fijn ze dat heeft gevonden. Ze voelt zich begrepen.’

Als de groep het al weet

Als je een groot verdriet in je leven hebt en de deelnemers daar niets van weten, kun je zelf beslissen wat je wel of niet deelt. Maar soms weten de deelnemers al van je verdriet en moet je er wel aandacht aan geven. Ik heb dat zelf meegemaakt toen mijn vader overleed, vlak voor een module met een groep.

Vier jaar geleden, woensdagochtend. Ik bereid me voor op de training van donderdag en vrijdag: module 2 van mijn train-de-trainer-groep. Ik heb er zin in. Dan krijg ik een telefoontje. Mijn vader is plotseling overleden aan een hartstilstand. Ik moet mijn training afzeggen. Mijn deelnemers reageren allerliefst. Ik krijg bemoedigende mailtjes, kaartjes en als ik donderdag thuiskom na de voorbereidingen met mijn familie staat er een bos bloemen.

De maand erna zie ik ze weer. Ik weet dat ze me bij binnenkomst zullen condoleren en vragen hoe het gaat. Dat vind ik lastig: ik sta daar het liefst als Karin-de-trainer en wil de dood van mijn vader op de achtergrond houden. Ik wil dat ze voelen dat ik er voor ze ben. Maar ik realiseer me dat ik er wel iets over moet zeggen, want voor hén zit het nog op de voorgrond. Bovendien wil ik ze laten weten hoezeer hun bloemen me ontroerd hebben. Maar ik wil er niet te lang bij stilstaan en de aandacht verleggen naar de groep. ‘Hoe was het voor jou om dit te horen?’ ‘Hoe was het voor jullie dat de training niet doorging?’

Dat werkt prima. Bij binnenkomst condoleren de deelnemers me, ik vertel wat, vraag wat… En als we in de kring zitten en de laatsten aangehaakt zijn, doen we het nog dunnetjes over. Zij kunnen ook delen hoe het voor hen was. Daarna kan ik naar de training. Ik vertel ze hoeveel zin ik heb in de training en dat is waar: ik heb de knop omgezet zodat ik het zaaltje instapte. We duiken met zijn allen in het programma en werken heerlijk.

Het verdriet van de deelnemer

Ook deelnemers kunnen met verdriet in de training zitten. Voor hen geldt vaak niet dat het naar de achtergrond verdwijnt als ze de training binnen stappen. Doordat ze in een groep komen, kunnen ze zich juist nog kwetsbaarder gaan voelen. Zij zitten namelijk niet in een ‘rol’  in de training, maar als zichzelf. Dan kan het helpen om het verdriet juist wel even te delen. Als er even aandacht voor is, kan het gemakkelijker naar de achtergrond.

Veel deelnemers voelen dit zelf aan en komen voor de training naar je toe om te melden wat er speelt. Natuurlijk geef je dan aandacht en leef je mee. Check vervolgens of hij het fijn vindt het in de groep te vertellen. Vaak is het voor een deelnemer een drempel om zijn emoties te laten zien in de groep. Maar het helpt wel als hij het in de groep vertelt. Voor de groep is het ook fijner, want het leidt af als die voelt dat er iets speelt, maar dat onbenoemd blijft. Juist door erbij stil te staan, kan iedereen daarna beter aan de slag.

Check in de koffiepauze of lunch hoe het met je deelnemer gaat. Het is ook fijn als je er aan het eind van de dag op terugkomt wanneer de deelnemer weggaat. Dan ben jij het veilige lijntje voor de deelnemer.

Soms is voor je deelnemer het verdriet te groot om bij de training te zijn. Neem dan de leiding en stuur de deelnemer naar huis.

Een collega vertelt me dat een deelnemer tijdens de training telefoon krijgt van thuis. Haar moeder blijkt heel ernstig ziek: kanker in een laat stadium. Ze komt naar de trainer en twijfelt: zal ik blijven of naar haar toe gaan? Mijn collega stuurt haar naar huis. Het helpt dat ze zelf drie jaar daarvoor haar moeder heeft verloren: ‘Je moet nu daar zijn.’ Later mailt de deelnemer hoe blij ze daarmee was.

Tot slot

Dit is geen pleidooi voor ‘de show must go on’. Er zijn situaties waarin het verdriet domweg te groot kan zijn. Je kunt de training ook afzeggen. Ik weet dat dat voor veel trainers heel lastig is. Er moet wel heel wat gebeuren, wil je je groep in de steek laten. Wees daar realistisch in: wanneer je te zeer in de kreukels ligt, mag je de training afzeggen.

Maar als je voelt dat je wel kunt werken, dan kun je erop vertrouwen dat de aantrekkingskracht van je trainersrol groot genoeg is om je verdriet naar de achtergrond te laten zakken tijdens de training. En dan kan het juist heel fijn zijn om met je vak bezig te zijn.

Ook zo leren trainen?

Wil je leren hoe je als een professional voor de groep staat? Misschien is de opleiding train de trainer dan iets voor jou. Ben je al 10 jaar of langer trainer? Dan zou de opleiding Didactisch meesterschap beter bij je kunnen passen.

7 gedachten over “Trainen met verdriet”

  1. Ik heb een paar jaar geleden plotseling veel verdriet voor mijn kiezen gekregen. Ik had gelukkig een lang lopende opdracht, één dag in de week een klant helpen met workshops bij een veranderproces. Ik heb de deelnemers niks verteld. Ik wilde op die dagen even de ‘oude’ zijn, mijn sterke kant inzetten. Dat was fijn. Ik heb mijn verdriet wel gedeeld met de opdrachtgever, alleen om een excuse te hebben als ik slecht zou presteren. De opdrachtgever had veel begrip en dat was een onverwachte opsteker.

    Wat mij echter heel erg tegenviel was acquisitie doen. Ik was in die tijd ‘een zielig hoopje mens’ en dat wil je klant niet zien. Die wil op je kunnen vertrouwen, zijn zorg bij jou kwijt kunnen, die heeft juist je kracht nodig. Doordat ik toch doorging met acquisitie doen, heb ik wel een paar klanten verloren. Soms denk ik, oké, dat soort klanten, waar je dus niet ‘menselijk’ mag zijn, wil ik liever niet. Maar je kunt als ondernemer niet al te kieskeurig zijn en ik begrijp ook dat zij heel moeilijk kunnen inschatten hoe sterk jij je voelt. Hoe goed jij ‘herstelt’ en je trainer-kant kunt inzetten. Nu krijg ik soms nog vragen hoe het met me gaat en moet ik ze geruststellen dat ik de uitdaging weer aan kan. Dat is niet fijn.

    Ik zou het een volgende keer – mocht het lot me weer willen treffen – anders doen. Even onderduiken, ook als het lang duurt, het verdriet doorleven en pas als ik me weer krachtig voel proberen mezelf te verkopen.

    • Beste Constance, dank voor het delen van je verhaal hier. Leerzaam om te lezen hoe het geeft gewerkt en wat je een volgende keer anders zou doen. En fijn dat het nu weer goed met je gaat!

  2. Ik ben een trainer met de ziekte ALS. Vandaag mijn laatste training gegeven en nu zie ik jouw artikel. Ik heb in mijn groepen wel verteld dat ik een spierziekte heb. Toen het erger werd moest ik ook wel vertellen dat het ALS was. Deze ziekte roept zulke heftige reacties op, dat ik er gauw op over gegaan ben om het van tevoren schriftelijk te vertellen, anders kon werken niet meer. Wel erbij verteld dat het geen taboe was, waardoor ik mooie gesprekken kreeg maar ook door kon werken en een goede training kon geven. Vandaag mijn laatste training, ik moet mijn geliefde beroep opgeven, omdat ik bijna niet meer kan spreken. Dit heb ik niet verteld in de groep, waardoor het een mooie, professionele dag was met veel lachen. Ik vertelde het wel aan mijn collega trainer anders was het niet te doen…. ik kijk er met verdriet maar ook een goed gevoel op terug.

  3. Lieve Mirjam,

    wat verdrietig om te lezen dat je zo ziek bent en dat je je vak gisteren voor het laatst hebt kunnen doen. En wat bijzonder om te lezen dat je een goede dag hebt gehad gisteren met veel lachen. Je hebt je groep tot het laatst toe beschermd en laten leren.

    Dank je voor het delen.
    En heel veel sterkte met het afscheid.

    Warme groet,
    Karin

  4. Wat een mooie en treffende blog Karin! Fijn dat je dit bespreekt. Een emotioneel en belangrijk onderwerp, maar genuanceerd en praktisch beschreven. Ik haal er echt handvatten uit die ik kan gebruiken.

Plaats een reactie