Elke training een feestje

Tijdens m’n eerste jaren als trainer geef ik veel tweedaagses en elke tweede dag heb ik knetterende hoofdpijn. Ik overleef op paracetamol en naderhand ben ik uitgeput. Ik heb het gevoel dat het erbij hoort – veel collega’s kampen met hetzelfde probleem – maar ik breng het toch in tijdens de opleiding die ik dan volg. De groep buigt zich erover en geeft adviezen (‘kun je niet wat minder hard werken?’) maar die komen niet echt binnen. Je hoort je best te doen voor de groep en als je daar moe van wordt, jammer dan. Trainen ís hard werken, toch?

Een tijdje later doe ik een oefening in tweetallen en dan ziet m’n maatje hoe ik mijn ogen aanspan als ik haar observeer. Ze gilt het bijna uit: ‘Vind je het gek dat je hoofdpijn krijgt?’ Het is een ontdekking die haar meer raakt dan mij. Tja, ik span mijn ogen tijdens het observeren, maar dat is toch nodig om goed te kijken?

Tijdens de nabespreking breng ik dit punt toch ter sprake en dan krijg ik de wind van voren. De trainer, Pieter Deturck, houdt een tirade: dat ik zo écht te hard werk en dat het een illusie is dat ik de groep daarmee dien; dat de groep pas écht leert wanneer de trainer goed in zijn vel zit, dat de groep hoofdpijn krijgt van een trainer die hoofdpijn heeft, dat ik allereerst moet werken aan mijn eigen comfort. Hij sluit af met een opdracht: ‘Maak van elke training een feestje voor jezelf!’

3 Feesttips

Het is geen kwartje dat valt, maar een biljet van 100 gulden (zo lang geleden is het). Eerder vond ik mensen die me aanraadden om niet zo hard te werken watjes. Ik deed tenminste mijn best voor de groep! Maar Pieter gebruikt de juiste woorden en met het nodige verbaal geweld dringt hij tot me door. Ik wil de groep dienen en dat doe ik paradoxaal genoeg het best door te ontspannen, door mezelf te dienen.

Hieronder lees je wat ik anders ben gaan doen om van elke training een feestje voor mezelf te maken. Sinds ik dat doe, heb ik nooit meer last van hoofdpijn als ik train. Na afloop ben ik gezond moe, want een deel van mijn feestje is dat ik ‘erin ga’ en me helemaal inzet voor de groep. Maar doordat ik geleerd heb om voor mezelf te zorgen, ben ik niet meer uitgeput.

1. De intake: wat doe ik wel, wat doe ik niet?

Als het goed is, krijg ik tijdens een intake echt zin in de training en voel ik een klik met de opdrachtgever. Als dat niet gebeurt, klopt er iets niet. Dan ga ik verder onderzoeken waar de klik wél kan zitten. Komt die niet, dan laat ik de training schieten. Datzelfde geldt voor de intakes die ik houd met de deelnemers aan onze opleidingen. Ik word bijna altijd blij van telefonische intakes; dan vind ik de persoon aan de andere kant van de lijn leuk en zie ik voor me wat hij of zij kan hebben aan de opleiding. Maar soms voel ik dat niet en dat is een signaal dat ik vertrouw: als ik niet geniet van een deelnemer zit er iets niet goed. Vaak trekken we samen de conclusie dat mijn opleiding op dit moment niet aan de orde is en soms verwijs ik mensen door naar een andere opleiding die beter past.

(NB. Voor wie zich afvraagt hoe je een succes maakt van je bedrijf als je klanten ‘wegstuurt’: dat is een ander verhaal waarover ik later misschien nog een blog schrijf.)

2. De start: ‘saaie’ kennismaking plus casus

Tijdens de start ontspan ik zodra ik contact voel met elke deelnemer; zodra ik snap wat hij komt halen en ik weet dat ik dat kan bieden. Ik heb ontdekt dat een ‘saaie’ kennismaking voor mij het best werkt. Elke deelnemer vertelt wat hij lastig vindt in de praktijk en ik leg met iedereen een lijntje. Voor de groep kan het vast leuker met een grappige werkvorm, maar als ik dat doe, werkt het altijd tegen me, omdat ik na de kennismaking zelf nog niet ontspannen ben.

Dat ‘saaie’ halfuur betaalt zich dus vanzelf terug, want daarna kan ik echt aan de slag. Dat doe ik het liefst met een een casus uit de de groep: met elkaar voelen dat het hierom draait, samen ontdekken wat er lastig is en wat wel werkt. Ik geniet ontzettend van het samen puzzelen en analyseren. En ik ontspan volledig als ik daarna voel hoe iedereen zin heeft om te leren en bereid is om zich kwetsbaar op te stellen.

3. Tijdens de training: heb ik er lol in?

Als het goed is, heb ik tijdens de training echt lol. We werken hard, lachen veel en ik vind alle deelnemers leuk. Maar zo gaat het niet altijd; soms ontstaat er spanning tijdens een training. Vroeger negeerde ik die wel eens en ramde ik door. Nog harder werken, was mijn recept, maar tegenwoordig doe ik dat niet meer. Tijdens de pauze doe ik nu een korte check: heb ik lol in de groep, voel ik me op mijn gemak? Zo ja, dan ga ik zo door. Zo nee, dan onderzoek ik wat er niet klopt. En soms gooi ik het ook in de groep om te kijken hoe zij het ervaren. Meer hierover lees je in mijn blog 3 pijlers van een geslaagde training.

Hoe maak jij een feestje voor jezelf?

Ik heb hier 3 dingen genoemd die ik doe om ervoor te zorgen dat ik lekker train. Ik ben benieuwd hoe jullie dat doen. Hoe maken jullie van elke training een feestje? Ik zou het erg leuk vinden als jullie je tips hieronder willen delen met anderen en met mij.

6 gedachten over “Elke training een feestje”

  1. ook ik heb de kennismaking nodig om me ‘thuis’ te voelen in de groep, en een andere manier om plezier te hebben is voor mij om energizers te gebruiken- liefst zo gek mogelijk. als de deelnemers een beetje moe zijn van een rollenspel, pauze of discussie, zet ik graag een energizer in om allemaal weer even fit te worden. mijn favoriet is ‘wigglewiggle’ (http://www.werkvormen.info/werkvorm/wiggle-wiggle) en ook Karin’s ‘woosh-boink’ vind ik erg effectief (=grappig). als de deelnemers eenmaal over de drempel van gek-doen heen zijn, is meteen het oefenen tijdens een rollenspel ook minder eng.

  2. Ha Karin,
    Ook voor mij is een goed begin het halve werk. Bij een lekkere start loopt de rest “bijna” als vanzelf. Wat ik concreet doe voor mijn eigen lol en comfort:
    – tegen stiltes en afwachtende blikken als deelnemers binnenkomen, want daar ben ik niet zo goed in 😉
    een muziekje, het liefst eentje die aansluit bij het hoofdthema van de training.
    – En ik praat graag al wat met deelnemers bij de koffie. Dat voelt al meer Samen voor mij.
    – altijd een kennismaking, in wat voor vorm dan ook, hoe kort de training of workshop ook is.
    Groeten!
    Marleen

  3. Herkenbaar stuk! Alles draait ook voor mij om aansluiting met de deelnemers: vanaf de start stil staan en inventariseren wat er nodig is om de dag(en) succesvol en waardevol te laten zijn. ‘Wat heb jij nodig’ en aansluitend benoem ik wat ik nodig heb (we maken samen de training, deel je praktijkvoorbeelden, stel je vragen etc.). Verder heb ik er veel lol in om hier en nu situaties te benoemen en te gebruiken gedurende de training in relatie tot het onderwerp. Hoe meer hoe beter! Dat is spannend, herkenbaar en er wordt meteen geleerd 🙂

  4. Haha, herkenbaar! Ook ik investeer het eerste half uur standaard in het contact met de groep. Dat doe ik, naast een “saaie kennismaking” en boven tafel krijgen van “pijn & verlangen/ vertrouwen”, ook graag met humor 🙂 Juist al aan het begin van de dag, wanneer het nog wat spannend is voor iedereen incl. mezelf, geeft een grap lucht en weten deelnemers meteen dat er ook gelachen mag worden tijdens de training! Ook draagt humor bij aan contact met de groep, als ik een grap durf te maken naar aanleiding van wat iemand zegt of doet (uiteraard met de professionele liefde op AAN!). Ook een grappige huis- tuin- en keukenanekdote over mijn kinderen of eigen onhandigheid of onwetendheid (liefst op het terrein van de specifieke deskundigheid van de deelnemers, zonder iets af te doen aan het feit dat je hun werkcontext heel goed begrijpt) versterkt de verbinding: de trainer is, net als wij, niet perfect en durft dat te laten zien!

  5. Wat mij helpt om een ontspannen training te geven is mijn mindset. Ik heb mijn cursisten iets te bieden waar ze ontzettend veel aan kunnen hebben maar waarvan ik uit ervaring weet dat er een flinke tijd oefenen overheen gaat voor je het tot je assortiment van vaardigheden mag rekenen. Mijn training is pas het begin van een indrukwekkende, moioie en nuttige ontdekkingsreis. Dit haalt bij mij de druk van de ketel en maakt dat ik lekker ontspannen de dag door kan.

  6. De opdracht om er ‘een feestje’ van te maken, herken ik heel sterk. Ik ben zelf een behoorlijke enthousiasteling en dat helpt maar is niet voldoende. Het feestje wordt met elkaar gemaakt en de deelnemers moeten er dus ook zin in krijgen. Bij mijn trainingen zijn de deelnemers daarom eigenlijk actiever dan ikzelf, ik ben vooral bezig om bij te sturen, om gaten op te vullen die deelnemers niet (kunnen) vullen en ze vooral te stimuleren om zelf actief te zijn, als het kan met een beetje humor. Het soort training betreft dan korte presentaties houden en daarop terugkoppeling krijgen door de groep. Die terugkoppeling, de feedback, is dé manier om de hele groep actief te laten luisteren en kijken en er iets van te durven vinden.

Een reactie plaatsen