Kort antwoord: trainer worden doe je niet door een titel of diploma te halen, maar door het vak te leren. Wie trainer worden wil, ontdekt al snel dat het vooral om vaardigheden draait. Je hebt drie dingen nodig: inhoudelijke expertise in het onderwerp dat je traint, kennis van hoe volwassenen leren (didactiek) en de vaardigheid om groepen te begeleiden. Die laatste twee leer je het snelst in een trainersopleiding die theorie, oefenen én feedback combineert.
Misschien heb je al eens een training gegeven, misschien droom je er nog van. Wil je trainer worden, dan is dit de plek om te beginnen. Op deze pagina lees je wat het vak inhoudt, welke expertise je nodig hebt, welke routes er zijn om trainer te worden en waarom een opleiding je leerproces versnelt.
Wat doe je als trainer?
Een trainer doet veel meer dan kennis overdragen. Een training is dan ook meer dan een goede presentatie met een paar werkvormen. Het verschil zit in het leerrendement. Leren de deelnemers nieuwe vaardigheden die ze kunnen, willen én durven toepassen in hun eigen praktijk? En doen ze dat na afloop ook echt? Bij een geslaagde training is dat het geval, bij een presentatie met wat oefeningen niet.
Als trainer:
- ken je de praktijk van je deelnemers;
- leer je ze precies de vaardigheden waarmee ze verder komen;
- ontwerp je programma’s die aansluiten bij wat de deelnemers al kunnen;
- breng je de groep vanaf de eerste minuut in de leerstand, zodat ze wíllen leren;
- laat je deelnemers in een veilige omgeving oefenen met nieuw gedrag;
- ga je soepel om met weerstand, lastige vragen en groepsdynamiek;
- borg je dat het geleerde ná de training blijft hangen en wordt toegepast.
Welke expertise heb je nodig als trainer?
Als trainer heb je expertise nodig op drie vlakken.
1. Expert in de vaardigheden die je deelnemers leren
Je biedt deelnemers expertise die zij missen. Misschien werk je al jaren als leidinggevende en weet je hoe je een team aanstuurt. Of komen collega’s naar je toe voor advies over de beste manier om schuldhulp te verlenen. Zulke inhoudelijke kennis en ervaring zijn de basis van waaruit je gaat trainen.
2. Expert in didactiek voor volwassenen
Deelnemers leren nieuwe vaardigheden en jij begeleidt hun leerproces. Daarvoor is het nodig dat je begrijpt hoe dat proces in elkaar zit, uit welke fases het bestaat en wat je in elke fase het best wél en niet doet. Zo kies je de juiste werkvormen en begeleid je op de meest effectieve manier.
3. Expert in het omgaan met groepen
Je begeleidt het leerproces vrijwel altijd in groepen. Dat is een extra uitdaging: leren is spannend en kan kwetsbaar voelen en deelnemers hebben soms weerstand. Ze zijn het oneens met je, hebben geen zin in de training of vinden bepaalde werkvormen vervelend. Het is aan jou om het groepsproces zo te begeleiden dat iedereen instapt, deelnemers open naar elkaar zijn en durven experimenteren met nieuwe aanpakken.
Goed om te weten: als je trainer wilt worden, helpt het enorm wanneer je al expert bent in het eerste gebied. De expertise op het tweede en derde gebied ontwikkel je daarna. Denk aan oud-voetballers die trainer worden. Voetballen kunnen ze al. Tijdens de opleiding bij de KNVB ontwikkelen ze vervolgens hun expertise op het gebied van de didactiek en het omgaan met groepen.
Langs welke wegen kun je trainer worden?
Je kunt op meerdere manieren trainer worden. Ze sluiten elkaar niet uit.
Al doende leren
Je begint gewoon, met vallen en opstaan. Van elke groep leer je weer wat wel en niet werkt. Veel trainers zijn zo in het vak gerold. Het werkt, maar is traag en je leert je blinde vlekken niet kennen. Je weet immers niet wat je niet weet. Bovendien is het risicovol. Je springt meteen in het diepe en een faalervaring kan lang blijven hangen.
Meelopen met collega’s
Je loopt mee met ervaren trainers en kijkt de kunst af. Wat doen ze, welk effect heeft dat, wat neem je over en wat zou je anders doen? Tref je een goede trainer, dan is dit heel effectief. Maar als beginner weet je vaak nog niet wat goed is en pik je makkelijk onhandige gewoontes op. Zo worden achterhaalde aanpakken, zoals trainen op leerstijlen, onbedoeld doorgegeven aan nieuwe generaties.
Vakliteratuur lezen
Er is veel kennis beschikbaar over trainen, onder meer in de boeken van Karin de Galan, en daarmee kom je een heel eind. Maar de vertaalslag van lezen naar doen, is een grote hobbel. Uit boeken leren blijft lang abstract. Kennis hebben is iets anders dan een vaardigheid beheersen.
Wat voegt een opleiding toe?
Langs al deze wegen kun je trainer worden, maar geen ervan is ideaal. Op deze manier leren, duurt vaak lang en je komt meestal uit op een niet al te hoog niveau.
Een goede train de trainer ondervangt die nadelen door theorie, oefenen én feedback te combineren. Je observeert wat werkt, ervaart het zelf en krijgt gerichte feedback om beter te worden. Zo hoef je het wiel niet zelf uit te vinden, ook niet met collega’s die misschien zelf nog zoekende zijn. Daardoor leer je sneller en kom je uit op een hoger niveau.
Net als bij het meelopen met collega’s loont het om goed te onderzoeken welke opleiding je kiest. Er zijn veel train de trainers die zich baseren op achterhaalde theorieën of vooral veel kennis aanbieden. Daardoor wéét je aan het eind wel meer, maar kún je nog weinig.
Hoe verder?
- Wil je trainer worden, maar twijfel je soms nog aan je keuze? Lees dan Hoe weet je of trainen iets voor jou is?
- Is je keuze al duidelijk, maar verdwaal je in het aanbod van alle opleiding? Lees dan Hoe kan je een train de trainer kiezen?
- Of ga meteen naar de beschrijving van onze eigen train de trainer.
Veelgestelde vragen over trainer worden
Nee. Trainen is een vrij beroep. Er bestaat geen wettelijk verplicht diploma om jezelf trainer te mogen noemen. Je kunt dus trainer worden zonder een formele opleiding af te ronden. Trainer word je niet door een titel te halen, maar door het vak te leren. Wat je vooral nodig hebt, is expertise in het onderwerp dat je traint, plus de vaardigheid om volwassenen iets te leren en groepen te begeleiden. Die laatste twee maak je je eigen in een opleiding.
Ja, je moet ergens beginnen. Ook zonder ervaring kun je trainer worden. Het helpt als je ergens goed in bent, een vak, een rol of een onderwerp waarvan je veel weet. Die inhoudelijke basis is je startpunt. De rest – hoe mensen leren, hoe je een programma opbouwt en hoe je een groep meekrijgt – leer je gaandeweg. In een opleiding oefen je dat in een veilige omgeving, zodat je niet meteen in het diepe springt.
Het helpt enorm als je al expert bent in de vaardigheden die je deelnemers gaan leren. Dat is de basis van waaruit je traint. Denk aan een leidinggevende die al jaren teams aanstuurt of iemand bij wie collega’s aankloppen voor advies. Als je die inhoudelijke expertise hebt, kun je je richten op de twee andere vlakken: didactiek voor volwassenen en het omgaan met groepen. Vergelijk het met voetbaltrainers. Dat zijn vaak oud-spelers die het spel al beheersen en daarna leren hoe ze anderen het spel leren.
Je bent in elk geval niet óngeschikt, want spanning hoort erbij. Leren is spannend en voor een groep staan kan dat ook zijn. Het gaat er niet om dat je nooit zenuwen hebt, maar dat je leert een groep zo te begeleiden dat iedereen instapt en durft te experimenteren. Dat is een vaardigheid die je ontwikkelt, geen karaktereigenschap waarmee je geboren wordt.
Dat verschilt per persoon. Bij veel trainers duurt het enkele jaren voordat ze zich echt op hun gemak voelen in hun rol. Dat wil niet zeggen dat je het dan niet meer spannend vindt. Maar naarmate je langer voor de groep staat, twijfel je over minder dingen en worden je twijfels ook realistischer.
Dat verschilt per persoon. Echt trainer worden is een groeiproces dat niet bij iedereen even snel gaat. Bij veel trainers duurt het enkele jaren voordat ze zich echt op hun gemak voelen in hun rol. Dat wil niet zeggen dat je het dan niet meer spannend vindt. Maar naarmate je langer voor de groep staat, twijfel je over minder dingen en worden je twijfels ook realistischer.