‘Wat is er blijven hangen van de vorige keer?’ Ik vraag dat aan het begin van de tweede dag van een training. De vorige keer hebben de deelnemers geleerd welke vragen ze opdrachtgevers kunnen stellen om te ontdekken of er een trainingsvraag is en hoe die luidt. Dat was lastig, maar aan het eind lukte het iedereen om het gesprek goed te voeren. Maar nu ik ze vraag om terug te kijken, reageert de één na de ander terughoudend.
Marja: ‘Ik vind het wel ingewikkeld.’
Sebas: ‘Het viel niet mee om de juiste vragen te stellen.’
Lore: ‘Ik merk dat ik in mijn eigen script zit. Dat ik doorvraag op iets wat ze eigenlijk al gezegd hebben. Alsof ik niet goed luister.’
Huh? Hoe kan dit? Vorige keer zijn we toch geëindigd met succes? Waarom zeggen ze nu dan allemaal dat ze het nog wel heel lastig vonden? Gelukkig is daar ook Kim. Zij is de enige die de nieuwe vaardigheden wel gebruikt heeft in een gesprek met een opdrachtgever.
‘Het was een heel leuk gesprek. Omdat we geoefend hadden, was het makkelijker om concreet door te vragen. Mijn opdrachtgever vond het heel leuk dat het zo concreet werd. Ik had me wel heel bewust voorbereid. Ik wist dat mijn valkuil is dat ik ga invullen. Daarom had ik me voorgenomen om open vragen stellen. En dat lukte: er kwam iets heel anders uit het gesprek dan ik vooraf verwacht had.’
Vertrouwen in eigen kunnen is cruciaal
Hoe kan het dat veel deelnemers na een succesvolle training toch vooral onthouden hoe lastig het is? Dat komt doordat het niet alleen gaat om de hoeveelheid kennis en vaardigheden die ze hebben. Het gaat ook om hun eigen perceptie daarvan: hoeveel vertrouwen hebben ze in hun eigen kunnen? Zelfs na een goede training is dat vertrouwen vaak lager dan je denkt als trainer. Jij hebt ze zien oefenen en denkt: ‘Ze kunnen het!’ Maar zij hebben de nieuwe vaardigheid alleen nog maar in de training geoefend en ervaren dat het nog best lastig is. En dus denken ze: ‘Dit kan ik nog niet goed genoeg.’
Hoe werkt vertrouwen in eigen kunnen?
In een eerder blog heb ik al eens laten zien hoe vertrouwen in eigen kunnen werkt. Daarin beschrijf ik hoe twee onderzoekers studenten trainen om een schouderklacht te behandelen. Dat doen ze in vier fasen.
1. De onderzoekers laten de studenten een docent observeren die voordoet hoe je een schouderklacht behandelt. Tijdens de demonstratie legt de docent precies uit wat hij doet.
2. Daarna laten ze de studenten de behandeling oefenen in tweetallen.
De onderzoekers denken dat studenten de behandeling op deze manier wel onder de knie krijgen. Maar ze denken ook dat de studenten zo nog niet genoeg vertrouwen opbouwen om de behandeling te gebruiken in de praktijk. Daarom voegen ze nog twee fasen toe aan de training.
3. De onderzoekers laten de studenten de behandeling zelfstandig oefenen met behulp van een checklist en een video-opname. Ze oefenen totdat ze de procedure denken te beheersen.
4. Daarna laten ze de studenten de procedure verrichten op een instructeur. Die vertelt of ze het goed doen en geeft waar nodig suggesties voor verbetering.
En wat blijkt? Het vertrouwen van studenten in hun eigen kunnen, neemt inderdaad sterk toe in fase 3 en 4. Na fase 2 is dat nog laag (30%). Maar na fase 3 is hun vertrouwen in eigen kunnen veel groter (75%).

Oefenopdrachten zijn het geheime ingrediënt
Hoe zorg je er dus voor dat deelnemers na de training meer vertrouwen in eigen kunnen opbouwen? Dat doe je door ze te stimuleren om hun vaardigheden zelfstandig te oefenen in de praktijk. Dan scherpen ze hun vaardigheden aan en ervaren ze dat ze het wel kunnen. En daardoor stijgt het vertrouwen in eigen kunnen.
Dat het zo werkt, zag ik terug in de reacties van de deelnemers. Marja, Sebas en Lore, die nog niet geoefend hadden in de praktijk, hadden nog maar weinig vertrouwen in eigen kunnen. Maar had Kim, die wel geoefend had in de praktijk, had juist veel vertrouwen in eigen kunnen. Hun reactie was dus precies volgens het boekje. Zodra ik dat doorhad, genoot ik ervan. Want ik zag hoe zij opknapten van de ervaring van Kim en ik wist dat zij ook allemaal nog aan de slag zouden gaan. En dáár had ik het volste vertrouwen in, meer dan zijzelf.
Wat kun je hieruit halen?
Als je transfer wilt bevorderen, kan het dus helpen om de volgende stappen te zetten.
1. Geef een training die didactisch goed in elkaar zit. De deelnemers moeten de nieuwe vaardigheid immers wel beheersen.
2. Geef de deelnemers daarna een oefenopdracht in de praktijk, zodat ze ‘gedwongen’ worden de vaardigheden te gebruiken.
3. Kom de volgende keer dat je de deelnemers ziet terug op de oefenopdracht. Dan weet je zeker dat ze die gedaan hebben. En dan kun je het goede gedrag eruit halen en verder oefenen met de onderdelen die nog lastig waren.
Wil je leren om ….
Wil je beter snappen hoe mensen feitelijk leren en hoe je daaraan kunt bijdragen als trainer? In ons boek Evidence based trainen vind je 44 interventies die gebaseerd zijn op wetenschappelijk onderzoek en die je kunt gebruiken in je training.
Wil je van haver tot gort leren hoe je een super effectieve training ontwerpt, inleidt, begeleidt en nabespreekt? Kom dan naar onze train de trainer opleiding. Ruim 1250 deelnemers gingen je voor.