Starten met een rollenspel – horror of top?

Wanneer je ons al wat langer volgt, weet je dat we een gesprekstraining, na een korte kennismaking, graag beginnen met een rollenspel. Meteen de praktijk op tafel, meteen helder wat er mis gaat en meteen herkansen, zodat het goed gaat. De vraag die we daar het vaakst bij krijgen, is: ‘Maar dat is toch niet veilig?’

Daaraan moest ik denken toen ik zondag naar Maestro zat te kijken. In dat programma leren Bekende Nederlanders dirigeren. Het begint met een 0-meting. Na een korte voorbereidingstijd moeten de deelnemers een stuk dirigeren voor een zaal met publiek en met een beoordeling door de jury. Net alsof je in een training ‘assertiviteit’ meteen een gesprek voor de groep moet doen.

De ramp voor Pieter Jan Hagens

Bij de 0-meting van Pieter Jan Hagens voltrekt zich het drama waarvoor elke deelnemer vreest. Hij dirigeert een stuk uit Peer Gynt en doet dat veel te traag. Vervolgens stopt hij ook nog voordat het stuk afgelopen is. Als je op de foto hieronder klikt, kun je bekijken hoe dat in z’n werk gaat. Het fragment met Pieter Jan begint op 22:45.

Meteen na afloop voelt Pieter Jan dat het mis is.

Pieter Jan: ‘Het was te langzaam.’

Presentator: ‘Dat had je wel door.’

Pieter Jan: ‘Ja, maar het lukte me niet om het sneller te krijgen’

Presentator, met een imaginaire dirigeerstok: ‘Ja ta da. Ja tada’

Dit is sneu, dat voelen we allemaal. Pieter Jan kon het niet terwijl het zo simpel is dat zelfs de presentator het kan! Dan de feedback. Dominic Seldis zit al jaren in de jury. Een geestige en vakkundige man die er geen doekjes om wint. Nu ook niet.

Dominic: ‘Ik denk dat de strijkers je dankbaar zijn! Het is een verschrikkelijk moeilijk stuk en nu was het op halve snelheid. En ze hoefden ook niet tot het eind. Voor hen is dat fijn, ze krijgen hetzelfde betaald.’

De hele zaal lacht. En daarna serieuzer:

‘Rampzalig. Jij weet het, ik weet het, iedereen weet het. En zij (wijst op de musici) weten het zeker.’

De zaal lacht weer. Pieter Jan ook, maar ik vermoed dat hij zich knap beroerd voelt.

Maar er is ook geweldige feedback!

Pieter Jan krijgt ook commentaar van Henrik Schaefer. Die heeft in vorige programma’s de kandidaten begeleid en zit nu voor het eerst in de jury.

Henrik: ‘Ik zag dat je een heel goed plan had. Je wilde in vier beginnen en dat heb je ook gedaan. En toen werd het heel eventjes ook sneller, een heel klein beetje, en toen wilde je naar twee over gaan. Dat was precies goed bedacht. Alleen had je veel te grote bewegingen en daardoor werd het weer langzamer en langzamer.’

Wat gebeurt hier? Henrik benoemt eerst wat Pieter Jan goed deed (starten in vier) en wat het goede effect was (het werd even sneller). Vervolgens noemt hij dat Pieter Jan naar twee ging – ook goed. En Henrik benoemt waarom dat toch niet het gewenste effect heeft: zijn bewegingen zijn te groot.

Deze feedback vind ik geweldig. Henrik brengt de totale mislukking van Pieter Jan terug tot een moment in diens dirigeren. Hij legt het vergrootglas erop en laat Pieter Jan en ons zien wat er mis ging. Daardoor voelen en zien we meteen wat hij anders zou kunnen doen. ‘Als mijn bewegingen te groot zijn, kan ik ze ook kleiner maken!’

Horror of top: het is aan jou!

In dit ene fragment van Maestro zie je dus het horrorbeeld van ‘starten met een rollenspel voor de groep’, maar ook de topvorm.

Zowel in éne als in de andere situatie zie en voel je dat het de deelnemer niet goed afgaat. In het horrorbeeld krijgt de deelnemer al meteen een tip en wordt vooral benoemd hoe slecht het was. Na de feedback gaat de deelnemer af door de zijdeur, naar zijn plek op zijn stoel. Daar komt hij voorlopig niet meer vanaf en ook andere deelnemers staan niet te springen om een rollenspel te doen.

In de topvorm zoom je als trainer in op het moment dat de deelnemer de verkeerde afslag neemt. Je benoemt eerst wat er goed was en daarna benoem je waardoor het niet goed ging. Zo breng je de ‘grote mislukking’ terug tot een moment waarop je de oefenaar een andere kant op kunt sturen. Vervolgens laat je hem herkansen. En je helpt hem, zodat het lukt. Iedereen voelt dan het succes. En net zo belangrijk: iedereen heeft geleerd van dit voorbeeld. De valkuil is vaak herkenbaar, de tip is voor iedereen relevant.

Van ramp naar buitenkans

Dit fragment uit Maestro was natuurlijk niet bedoeld als training, maar stel je toch eens voor dat Henrik na zijn feedback was opgestaan, naast Pieter Jan was gaan staan en even de slag met hem had geoefend: ‘Kleiner.’ ‘Nog kleiner, kijk zo!’ ‘Ja, prima!!’ Daarna had Pieter Jan het opnieuw mogen doen en had Henrik bewaakt dat het goed ging. Eventueel had hij nog vanaf de zijlijn geroepen: ‘Gaat goed!’ Of ‘En tsjak en tsjak en tsjak’- in de maat van de muziek. Wat had dat iedereen een geweldig gevoel gegeven!

Doordat je specifieke feedback geeft en de oefenaar laat herkansen, wordt iets verkeerd doen niet erg meer. Sterker nog, iets verkeerd doen, wordt zo een buitenkansje. Want de oefenaar merkt hoe snel hij kan leren met de juiste hulp. Zijn zelfvertrouwen en het vertrouwen in jou als trainer schieten daardoor omhoog. De oefenaar gaat trots terug naar zijn plaats en de volgende keer dat je vraagt wie iets wil uitproberen, zijn er zeker drie deelnemers die zich aanbieden. Want de groep is veiliger geworden, juist doordat je hebt laten zien dat fouten maken geen ramp is. Fouten maken is hoe leren werkt.

Waar zit je hart?

Wat je in dit fragment ook mooi ziet, is dat het nogal uitmaakt waar je met je hart zit als je feedback geeft. Met wie voel je mee? Met het publiek dat je een mooie uitvoering gunt? Dan is het logisch dat je als Frits Sissink verbijsterd bent wanneer de dirigent het niet goed doet. Je kunt haast niet wachten met je tips! Of zit je er voor het amusement van de kijkers en de hoge kijkcijfers? Dan kom je met kwinkslagen, zoals Dominic met verve doet. Of zit je met je hart bij de deelnemer? Is je grootste belang dat je díe verder wilt helpen? Baal je met hem mee als het niet lukt en ben je trots en blij als hij vooruitgaat? Dan geef je feedback zoals Henrik doet.

Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Veel van ons zijn trainer geworden, omdat we mee voelen met de ‘klanten’ van onze deelnemers. Je leert hulpverleners bijvoorbeeld hoe ze kunnen praten met kinderen, omdat je compassie hebt voor kinderen. Of je traint managers in coachend leidinggeven, omdat je het naar vindt dat medewerkers vaak geen goede steun krijgen. Dan is het best logisch dat je in een rollenspel met je hart bij de gesprekspartner zit en niet bij de oefenaar. Dan vind je het vreselijk dat een hulpverlener stom omgaat met een ‘kind’ of dat een leidinggevende bot doet tegen een ‘medewerker’. Daardoor is het bijna onmogelijk om feedback te geven die de oefenaar ook echt verder helpt. Zorg er daarom altijd voor dat je in een rollenspel aan de kant van de oefenaar staat. Hij of zij is je focus, met hem of haar leef je mee.

In 5 stappen naar een superstart!

Dus wat is de crux van een superstart met een rollenspel?

  • Je brengt een uitdagende situatie in die iedereen op het puntje van zijn stoel brengt – niet alleen de oefenaar die ermee aan de slag gaat, maar ook alle andere deelnemers.
  • Je kijkt met je hart bij de oefenaar. Hoe voelt die zich, wat doet die, wat gebeurt er vanuit zijn perspectief?
  • Je laat de oefenaar even stoom afblazen en geeft nog niet je mening. In plaats daarvan leef je even mee.
  • Daarna leg je (samen met de groep) het vergrootglas op precies dát moment dat het niet goed gaat. Welke afslag neemt de oefenaar en wat kan hij beter doen?
  • Vervolgens laat je de oefenaar herkansen en zorg je ervoor dat dat goed gaat. Iedereen voelt het succes. Je bent trots en blij en laat dat ook merken.

Nu is de belangrijkste buit binnen. Je hebt een veilige leeromgeving gemaakt, je hebt vertrouwen van de groep en iedereen heeft geleerd van dit voorbeeld. Daarop kun je doorbouwen. Je legt uit wat het leerpunt is uit dit voorbeeld en hoe je daarmee omgaat in de praktijk. Vervolgens laat je iedereen hiermee oefenen. Door de geweldige start is iedereen gemotiveerd en snappen ze de theorie veel beter dan wanneer je daar meteen mee begonnen zou zijn.

8 gedachten over “Starten met een rollenspel – horror of top?”

  1. Heerlijk weer om zo uitgespeld te lezen hoe een veilig rollenspel neer te zetten: naast de deelnemer gaan staan. Fijn, deze mini bijscholingen werken voor mij goed want heel eenvoudig toe te passen.

    Beantwoorden
  2. Ik keek ook. Ik zag hoe Pieter-Jan had uitgekeken naar de uitnodiging om mee te mogen doen met Maestro. Mijn hart lag bij hem en ik kreeg net als jij kromme tenen van de feedback die hij kreeg.
    Ik nam echter niet de moeite om er zo’n mooie les voor trainers over te schrijven. Reuze bedankt voor deze mooie beschrijving!

    Beantwoorden
  3. Wat een heerlijke column Karin. Raak beschreven, de verschillen in begeleiding van Pieter-Jan. Ik word helemaal enthousiast om er mee aan de slag te gaan.

    Beantwoorden
  4. Wat een mooie metafoor Karin. Ik heb er zondag ook zo naar gekeken. En hoe leuk dat jij er een blog over hebt gemaakt. Ga ik zeker gebruiken.
    by the way…tijdens mijn eigen opleiding dirigeren…zo herkenbaar….maar goed, leren van je fouten is nog altijd een goede leerschool!

    Beantwoorden
  5. Dit sluit exact aan bij wat ik voelde tijdens de uitzending. Ik werd warm van de feedback van Henrik en voelde mee met Pieter Jan na de feedback van Dominic. Zou afdruipen en alle zeilen bij moeten zetten om mee te willen blijven doen als er alleen een Dominique was geweest. En dan vervolgens hierboven lezen hoe dit coach technisch te verklaren is. Door het voorbeeld in Maestro erbij te halen beklijft het bij mij! Super Karin! Dank je wel!

    Beantwoorden
  6. Goed verhaal, Karin. Mooie borging. Herhaling van datgene wat we hebben geleerd. Het helpt mij om daar focus op te houden. Dank je.

    Je gaf het zelf al aan dat dit geen training is. Maar de op zich feedback van Dominic hakt er in, vind ik. Hij doet dit grappig, maar ten koste van degene die zich kwetsbaar opstelt (en is). Grijp je hier op in, mocht het een training betreffen? En zo ja, hoe?

    Beantwoorden
    • Beste Werner,
      ja als het een training was zou ik daar zeker op ingaan. Ik zou hem vragen om het concreet te maken bij het eerste punt dat hij noemt.
      ‘het ging te langzaam zeg je’ (dit is effect); ‘wat deed Pieter Jan waardoor het te langzaam ging?’ (hij sloeg te langzaam) en dan doorvragen naar een precies moment: ‘heb je een moment dat dat heel duidelijk was?’ of ‘op welk moment begon dat?’
      Als hij met ‘rampzalig’ zou beginnen, zou ik daar net zo goed op ingaan. Eerst even de lading eraf halen door mee te lachen en me naar Pieter Jan de draaien: ‘jij vond het niet makkelijk hè! Ga er maar aan staan, zo’n moeilijk stuk en dan zo’n heel orkest’. En dan terug naar Dominic: kan je eens een moment noemen dat je dacht: joh, dit doe je niet handig? (gedrag opvragen).
      Als er concreet gedrag op tafel ligt gaat de lading eraf. Dan wordt het leerzaam voor iedereen. En zo leer ik Dominic hoe hij feedback moet geven, want dat weten deelnemers vaak ook niet en ik ga ervan uit dat hij geen slechte bedoelingen heeft.

      Beantwoorden

Plaats een reactie