Het STAP-budget komt eraan

Vanaf 1 maart volgend jaar verandert er iets aan de manier waarop je als deelnemer een tegemoetkoming kunt krijgen in je opleidingskosten. Op dit moment kun je als particulier nog studiekosten aftrekken van de inkomstenbelasting. Maar vanaf 1 maart 2022 treedt het STAP-budget in werking. In deze nieuwsbrief leggen we uit hoe die subsidieregeling eruitziet en wat de gevolgen zijn voor deelnemers en aanbieders. Tot slot vertellen we wat wij ermee gaan doen.

1. Hoe ziet de belastingaftrek er nu uit?

Op dit moment betaalt de overheid een deel van de kosten die je als particulier maakt voor opleidingen en trainingen. Een deel van die kosten kun je aftrekken van de inkomstenbelasting. Dat gaat gemakkelijk. Je schrijft je in voor een opleiding of training in bij een opleider en die stuurt jou een factuur. Aan het eind van het jaar kun je de kosten op de factuur aftrekken van de inkomstenbelasting. Daarbij gelden de volgende spelregels.

  • Er geldt een eigen bijdrage van € 250. Dit bedrag blijft altijd belast.
  • Je kunt alleen cursusgeld en leermiddelen aftrekken van de belastingen, reiskosten e.d. niet.
  • Je kunt maximaal € 15.000 aan opleidingskosten aftrekken van de inkomstenbelasting. Alleen wanneer je jonger bent dan 30, geldt er geen maximumaftrek.

Hoe pakt deze regeling uit in de praktijk? Stel, Aicha gaat een opleiding volgen die € 5.000 kost. Ze verdient € 70.000 per jaar. Dan mag ze € 5.000 – € 250 (eigen bijdrage) = € 4.750 aftrekken van de inkomstenbelasting. Daarvan kan ze € 1.492 aftrekken in de hoogste schrijf (49,5%) en € 3.258 in de laagste schijf (37,10%). Het bedrag dat Aicha terugkrijgt via de inkomstenbelasting is dus 49,5% x € 1492 + 37,10% x € 3258 = € 1.947,26.

2. Waarom gaat dit veranderen?

De huidige regering vindt dit systeem van opleidingskosten aftrekken onrechtvaardig, omdat het hoger opgeleiden bevoordeelt ten opzichte van lager opgeleiden. In de praktijk hebben hoger opgeleiden namelijk meer geld om uit te geven aan opleiding en training. Bovendien kunnen ze de opleidingskosten vaak aftrekken in de hoogste belastingschijf. Dat je zie ook terug in de praktijk. Een onderzoek van het CPB uit 2016 laat zien dat 0,4% van alle mensen die alleen de basisschool hebben afgerond studiekosten aftrekt. Maar van alle mensen met een wetenschappelijke opleiding trekt ongeveer 4% studiekosten af. Dat is 10 keer zoveel.

Los daarvan trekken hoger opgeleiden gemiddeld ook méér opleidingskosten af. Een lager opgeleide trok in 2016 gemiddeld € 898 opleidingskosten af, een hoger opgeleide gemiddeld € 1.804.

3. Hoe gaat het STAP-budget eruit zien?

Hoger opgeleiden trekken dus 10 keer vaker opleidingskosten af dan lager opgeleiden en trekken per persoon bovendien twee keer meer af. De huidige regering wil daar een eind aan maken en wil alle particulieren de kans geven om te werken aan hun eigen ontwikkeling. Om dat te stimuleren voert de regering het STAP-budget in. STAP staat voor ‘Stimulering ArbeidsmarktPositie’ en is een subsidieregeling. Alle particulieren van Nederland tussen de 18 en 67 jaar kunnen eruit putten om een opleiding of training te volgen. Daarbij gelden de volgende spelregels.

  • Je kunt de subsidie hooguit een keer per jaar aanvragen.
  • Je kunt hooguit € 1.000 per keer aanvragen.
  • Er is een maximumbedrag aan subsidie beschikbaar: ongeveer € 202 miljoen per jaar.
  • De subsidie wordt verdeeld in 6 rondes van 2 maanden. Daarbij geldt: ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’ en ‘op is op’.

De verwachting is dat er jaarlijks 200.000 tot 300.000 mensen een subsidie kunnen krijgen uit het STAP-budget. Om dat mogelijk te maken, moet er wel een nieuw systeem worden opgetuigd. In het plaatje hieronder zie je hoe die eruitziet.

4. Hoe gaat het STAP-budget werken?

Hoe wordt het geld van het STAP-budget uiteindelijk uitgegeven? Dat gaat via een groot aantal stappen.

  • Aanbieders moeten zich laten erkennen als bedrijf dat opleidingen en trainingen verzorgt waarvoor deelnemers hun STAP-budget mogen gebruiken. Dat betekent nu nog dat je als aanbieder lid moet worden van de NRTO of je aanbod moeten laten inschalen bij NLQF. Omdat die laatste route duurder is, zullen veel aanbieders lid worden van de NRTO.
  • Als een aanbieder erkend is, moet die zijn aanbod laten registreren bij DUO. DUO verzamelt alle erkende opleidingen en trainingen in een scholingsregister.
  • Particulieren kunnen een opleiding of training uit het scholingsregister uitzoeken en zich melden bij de aanbieder. Die maakt voor elke deelnemer een soort inschrijfbewijs: het STAP-aanmeldingsbewijs.
  • Met het STAP-aanmeldingsbewijs in de hand vraagt de deelnemer subsidie aan bij het UWV. Daarvoor stuur hij het aanmeldingsbewijs samen met persoonlijke gegevens, zoals burgerservicenummer, hoogst afgeronde opleiding, arbeidsmarktpositie et cetera, naar het UWV.
  • Het UWV behandelt subsidieaanvragen op volgorde van binnenkomst. Als er fouten of omissies zitten in de aanvraag wordt die afgewezen. Wanneer de subsidiepot leeg is (voor een periode van 2 maanden), heb je als deelnemer pech. Dan kun je het een volgende periode opnieuw proberen. Het aantal herkansingen is beperkt, want je kunt als deelnemer niet te lang, maar ook niet te kort voor aanvang van een training of opleiding subsidie aanvragen. In de praktijk zullen deelnemers hooguit 2 keer kans hebben om subsidie aan te vragen voor de training of opleiding van hun keuze.
  • Wanneer de subsidie is toegekend, maakt het UWV dat als voorschot over aan de aanbieder. De deelnemer ontvangt géén geld. Als de training duurder is dan het maximale subsidiebedrag (€ 1.000), stuurt de aanbieder de deelnemer een factuur voor het verschil.
  • Na afloop van de opleiding/training laat de aanbieder het UWV weten of de deelnemer aan de training meegedaan heeft en die afgerond heeft. Verder stuurt de aanbieder het UWV een factuur.
  • Aanbieders en deelnemers zijn verplicht om het UWV op de hoogte te houden van hun situatie. Zodra er iets verandert (een aanbieders kan een training niet laten doorgaan, een deelnemer kan niet meedoen of kan de training niet afronden), moeten ze dat laten weten. Het UWV kan de subsidie dan deels of geheel terugvorderen, hetzij van de aanbieder, hetzij van de deelnemer.

5. Wat betekent dit voor deelnemers?

Elk jaar € 1000 voor opleiding of training

Met de komst van het STAP-budget krijgen alle particulieren de mogelijkheid om gratis een opleiding of training tot € 1000 te volgen. Er is niet langer sprake van een drempelbedrag en deelnemers hoeven het bedrag ook niet meer voor te schieten. Vooral lager opgeleiden zullen dat fijn vinden. Voor hoger opgeleiden waren die drempel en dat voorschieten toch al niet zo’n probleem.

Vooral korte trainingen worden aantrekkelijker

Omdat het STAP-budget beperkt is tot een maximum van € 1000 per jaar worden vooral korte trainingen interessant voor deelnemers. Meedoen aan langer opleidingen wordt juist duurder. Kijk maar naar het voorbeeld hierboven van Aicha die een opleiding van € 5.000 aftrok. Zij kreeg in 2021 bijna € 2.000 terug via de inkomstenbelastingen. In 2022 krijgt ze voor diezelfde opleiding € 1.000 terug. Bij een inkomen tot € 68.508 (laagste belastingschijf) ligt het break even punt op € 2.950. Onder dat bedrag ben je beter af met de STAP-regeling, boven dat bedrag met het oude systeem van belastingaftrek.

Meer onzekerheid

Omdat het STAP-budget beperkt is, neemt de onzekerheid voor deelnemers toe. Wie zich op een bepaald moment inschrijft voor een training weet niet zeker of hij de subsidie wel krijgt. Misschien is de pot wel (weer) leeg. Doordat deelnemers zich niet te lang, maar ook niet te kort van tevoren mogen inschrijven, krijgen de meesten waarschijnlijk maar één herkansing om subsidie aan te vragen.

Meer toezicht

Wie het STAP-budget gebruikt krijgt wel te maken met een UWV dat toeziet op de inschrijving, de deelname en de afronding. Met de fraudeaanpak van de laatste jaren in gedachten zal dat voor een deel van de deelnemers geen prettige gedachte zijn. Bovendien wordt het door de bemoeienis van het UWV ook minder gemakkelijk voor deelnemers en aanbieders om onderling nieuwe afspraken te maken als er een probleem is ontstaan.

6. Wat betekent dit voor aanbieders?

Meer administratie en overhead

Op dit moment heb je als aanbieder vooral contact met je klant en wellicht nog met een certificerende instantie als het CRKBO. Maar met de komst van het STAP-budget krijg je er een hoop administratief werk bij: zorgen dat je opleiding in het register komt, de juiste gegevens aanleveren aan verschillende keuzewebsites en dit bijhouden als je aanbod verandert; gegevens van de deelnemer doorzetten naar het UWV; bijhouden of de deelnemer elke keer aanwezig is en de opleiding afgerond heeft.

Meer kans op gedoe met deelnemers

Onder het STAP-budget krijg je niet alleen te maken met een betaler (de deelnemer) maar ook met een subsidiegever (het UWV). Wanneer een deelnemer een deel van de training niet volgt of stopt, moet je dat doorgeven aan het UWV. Dat zal de subsidie dan terugvorderen, hetzij van de aanbieder hetzij van de deelnemer. Stel, een deelnemer heeft een vierdaagse training bij je gevolgd. De training kost € 1.500 en is deels betaald door het UWV (€ 1.000) en deels door de deelnemer (€ 500). Door een sterfgeval in z’n naaste omgeving heeft de deelnemer de laatste anderhalve dag van de training afgezegd.

Jij kunt dan proberen om de deelnemer die dagen in te laten halen bij een andere groep of de deelnemer een vervangende opdracht met begeleiding te geven: dat moet je voor goedkeuring voorleggen aan het UWV. Als inhalen niet kan, moet je doorgeven dat de deelnemer een deel van de training gemist heeft. Daarop kan het UWV besluiten de subsidie terug te eisen. Voor zover wij het nu begrijpen doen ze dat van de deelnemer (terwijl het bureau de subsidie krijgt). Grote kans dat je daarna de deelnemer aan de lijn krijgt met de vraag of hij de subsidie van jou kan terugkrijgen.

Meer kans op halflege groepen

Ook voorafgaand aan de training levert het STAP-budget lastige beslissingen op. Het kan lang onduidelijk blijven of deelnemers wel kunnen meedoen. Stel, een deelnemer geeft zich op 25 januari op onder voorbehoud van toekenning subsidie. De training begint op 14 maart. Op 25 februari hoort de deelnemer dat hij geen subsidie krijgt en wil dus niet meedoen. Als dit voor meerdere deelnemers geldt, heb je op het laatste moment een halflege groep. Wat ga je dan doen? Annuleren en opdraaien voor de accommodatiekosten en lege agenda van jezelf of je trainer? Of laten doorgaan, met weinig of geen winst? Vaak zul je pas op een laat moment kunnen beslissen en dat levert zal onzekerheid opleveren. Niet alleen voor jezelf, maar ook voor de uitvoerende trainer. Zeker als dat een freelancer is, kan die het kind van de rekening worden.

7. Wat doe je als aanbieder?

Trainingsbureaus zullen een afweging gaan maken: ga je voor behoud of groei van de omzet en de bijbehorende onzekerheid en administratie? Of kies je voor minder gedoe en neem je het risico van omzetverlies op de koop toe? We verwachten dat veel grotere bureaus voor het eerste zullen kiezen. Voor hen is het STAP-budget een kans, net als het ‘NL leert door’ programma van afgelopen zomer. Voor de kleinere bureaus zal dit minder aantrekkelijk zijn. Tegelijkertijd weet je als kleinere aanbieder dat deelnemers óók kiezen op prijs. En wanneer je geen gebruik maakt van het STAP-budget regeling zal je aanbod duurder uitvallen dan dat van de concurrentie.

Zelf hebben we besloten om in 2022 niet mee te doen aan het STAP-budget. Het levert vooral extra administratie en gedoe op. Anders dan regelingen en certificeringen waaraan we wel meedoen (SPHBO, CRKBO, NOBTRA) levert meedoen aan het STAP-budget ook geen verbetering op voor onze eigen bedrijfsvoering – eerder het omgekeerde.

Dat betekent dat onze deelnemers die een opleiding of training uit eigen zak betalen (dus zowel particulieren als zzp’ers) in 2022 niet in aanmerking komen voor de subsidie van € 1000. We hopen dat te compenseren, doordat we onze prijzen relatief laag houden ten opzichte van onze collega’s. Juist doordat we weinig overhead hebben, kan dat. En uiteraard doordat we blijven werken aan kwaliteit waardoor een training of opleiding bij ons veel rendement heeft.

8. Wat doe je als deelnemer?

Als je in 2022 een opleiding of training wilt volgen, zijn er twee opties.

  • De eerste mogelijkheid is dat je je nog dit jaar inschrijft en de factuur meteen betaalt. Dan kun je de kosten nog in 2021 aftrekken van de inkomstenbelasting. Dit is sowieso een aanrader als de aanbieder van jouw keuze niet meedoet aan het STAP budget. Doet het bureau wel mee aan het STAP-budget? Dan is inschrijven en aftrekken in 2021 alleen aantrekkelijk bij een opleiding duurder dan € 2950 (het break even punt bij een inkomen tot € 68.508).
  • Je kunt ook wachten tot volgend jaar en na 1 maart subsidie aanvragen vanuit STAP budget. Dat is aantrekkelijk als je een training of opleiding onder de € 2950 volgt bij een aanbieder die mee gaat doen aan het STAP-budget en als je het niet zo erg vindt dat je de kans loopt om buiten de boot te vallen.

Maar wat als je ZZP’er ben? Naschrift van 30-09-21

Naar aanleiding van dit blog hebben enkele lezers ons erop gewezen dat de invoering van het STAP-budget minder grote gevolgen heeft voor ZZP’ers dan voor particulieren. En dat klopt. Want als ZZP’er kun je studiekosten nu nog op twee manieren aftrekken van de belasting. Je kunt ze aftrekken van je inkomen (zie hierboven), maar je kunt ze ook opvoeren als bedrijfskosten, waardoor je minder belasting betaalt over de winst. Met de komst van het STAP-budget wordt alleen de eerste weg (via de inkomstenbelasting) afgesloten. De tweede weg (studiekosten opvoeren als bedrijfskosten) lijkt vooralsnog te blijven bestaan.

Toch zit er een addertje onder het gras. Want als ZZP’er mag je niet álle studiekosten opvoeren als bedrijfskosten. Dat kan alleen voor een opleiding of training die inhoudelijk goed aansluit bij je huidige werkzaamheden. Voor een opleiding of training die inhoudelijk verder afstaat van je huidige werk mag dat niet. Stel, je bent ZZP’er en hebt een hondentrimsalon. Dan mag je het cursusgeld voor de opleiding honden trimmen opvoeren als bedrijfskosten. Maar dan besluit je om er een opleiding tot trainer bij te doen, omdat je klanten ook wil leren hoe ze zelf hun hond kunnen trimmen. Dan hoeft de Belastingdienst die kosten niet te accepteren als bedrijfskosten, omdat trainen iets anders is dan honden trimmen. Voorheen kon je dat geld nog aftrekken van de inkomstenbelasting. Maar met de komst van het STAP-budget is dat niet langer mogelijk.

Kortom, als ZZP’er heb je inderdaad meer mogelijkheden om te spelen met de kosten voor opleiding en training. Maar met de komst van het STAP-budget wordt die speelruimte wel kleiner.

10 gedachten over “Het STAP-budget komt eraan”

  1. Karin wat fijn dat je me hier op wijst! Ik schrik hiervan! Dacht dat we in Nederland juist toe willen naar minder bureaucratie. Los van al het gedoe voor aanbieders en cursisten kan ik me voorstellen dat het UWV hier ook helemaal niet op zit te wachten.
    Wie verzint dit allemaal?! Ik merk dat het me boos maakt…..

    Beantwoorden
  2. Heldere uitleg, Karin/Peter. Volgens mij zit er voor zzp-ers nog wel een kleine nuancering in. Als zij een opleiding nodig hebben voor de uitoefening van hun bedrijf, mogen de opleidingskosten volgens mij onder de bedrijfskosten vallen. Daarmee wordt de winst gedempt en ontstaat er toch belastingvoordeel.

    Beantwoorden
  3. Onderweg naar een roemloos einde zenden deze goede bedoelingen perverse prikkels uit, die leiden tot een aanbod van cursussen, waarvan de prijs 1000 euro of net even iets meer per jaar gaan bedragen. Of daar nu behoefte aan is of niet. Het hele circus aan medewerkers van het UWV, accrediteurs en trainingsbureaus is er ongetwijfeld nu al druk mee. Over 5 jaar blijkt, dat het budget niet is opgemaakt. Althans weer niet door de doelgroep waarvoor het is bedoeld.

    Beantwoorden
  4. Hier is het laatste woord nog niet over gezegd. Ook ik was volop bezig met de registratie in het STAP-register. Maret beschrijft het goed: het is een circus. Ik heb er vriendelijk voor bedankt.

    Beantwoorden

Plaats een reactie