De methode van Karin de Galan is een praktische en wetenschappelijk onderbouwde aanpak voor het ontwerpen en geven van effectieve trainingen. Het doel is dat deelnemers niet alleen kennis opdoen, maar vooral nieuwe vaardigheden leren en toepassen in de praktijk. De methode helpt trainers, opleiders en docenten om blijvende gedragsverandering te realiseren.
In het kort
De methode van Karin de Galan is een didactische aanpak om trainingen te ontwerpen, te verzorgen en op te volgen, die aansluit bij het natuurlijke leerproces van deelnemers. Op de ‘glijbaan’ bouwen deelnemers eerst een mentaal plaatje van de vaardigheid op. En op de trap vertalen ze dat beeld stap voor stap naar hun gedrag. De methode ontstond in 2007 en werd in 2024 wetenschappelijk onderbouwd in het boek Evidence based trainen. De methode van Karin de Galan 2.0 is uitgewerkt in twaalf concrete stappen, van diagnose tot transfer.
Kernfeiten
- Naam: de methode van Karin de Galan (de glijbaan-trap 2.0).
- Ontstaan: 2007; bijgewerkt tot versie 2.0 in 2024.
- Bedenkers: Karin de Galan, met onderzoeker Peter Baggen; onderbouwd in het boek Evidence based trainen (2024).
- Kernconcept: de glijbaan (moeiteloos een mentaal plaatje opbouwen via voorbeelden) en de trap (vaardigheden uitproberen in oefeningen met oplopende moeilijkheid).
- Opbouw: vier leerfases (plaatje opbouwen, vertalen naar gedrag, onderhouden, aanscherpen), vertaald naar twaalf stappen.
- Voor wie: iedereen die mensen nieuwe vaardigheden wil leren (gespreks-, praktische of cognitieve vaardigheden); zowel startende als ervaren trainers.
- Resultaat: meer leeropbrengst en transfer; waardering van trainers voor het vak stijgt (van 7,3 naar 8,6); opdrachtgevers zien meer impact en return on investment.
Download hier het eboekje over de methode van Karin de Galan
Ontvangst
Met de methodiek van Karin de Galan waarbij je stapsgewijs tot de kern van leren komt, voel je echt dat je als trainer bijdraagt aan een gedegen positieve gedragsverandering bij deelnemers van mijn trainingen.
- Ferrie Barendregt (5 jaar trainer)
Door deze didactische methode zitten mijn deelnemers op het puntje van hun stoel en brengen ze de geleerde vaardigheden meteen in de praktijk.
- Suzanne Muns (18 jaar trainer)
Ik vind de methode die De Galan School voor Training hanteert een verademing. Van alle workshops en trainingen die ik zelf ooit heb gevolgd, heb ik niet veel geleerd (ligt ook aan mij uiteraard). Met de methode van De Galan maken mijn deelnemers meters, de transfer naar de praktijk is hoog en ik leer zelf elke keer weer iets bij.
- Jennifer van Horn (7 jaar trainer)
De glijbaan en trap van Karin de Galan bieden het model waarnaar ik al die tijd gezocht heb. Ze dwingen me tot maatwerk, zijn praktisch en zeer effectief. De hiermee opgezette trainingen lopen als een trein!
- Bas Torjuul (20 jaar trainer)
Meteen aan de slag?
Wil je de methode van Karin de Galan zelf onder de knie krijgen? In onze train de trainer leer je hoe je de methode als trainer toepast in de praktijk: van het ontwerpen van trainingsonderdelen en stappenplannen tot het begeleiden van groepsprocessen met je hart bij de deelnemers.
Bekijk hier onze train de trainer
Uitleg van de methode van Karin de Galan
De methode van Karin de Galan is een beproefde, didactische aanpak om trainingen te ontwerpen, te geven en op te volgen. Het uitgangspunt is even eenvoudig als krachtig: je sluit als trainer aan bij het natuurlijke leerproces van de deelnemers. De methode van Karin de Galan met 'de glijbaan en de trap' ontstond in 2007 en werd binnen korte tijd breed omarmd in trainersland.
Samen met onderzoeker Peter Baggen heeft Karin de Galan haar aanpak wetenschappelijk onderbouwd in hun boek Evidence based trainen (2024). De methode van Karin de Galan is daarmee nog steeds persoonlijk en praktisch, maar nu wetenschappelijk onderbouwd. Hieronder lees je hoe ze is opgebouwd, uit welke twaalf stappen ze bestaat en wat ze oplevert. Luister je liever naar uitleg? Bekijk dan de video hieronder.
Het leerproces in vier fases
De methode van Karin de Galan sluit aan bij het proces waarmee mensen nieuwe vaardigheden leren. Tijdens dat leerproces doorlopen ze vier fases.
- Fase 1: mensen bouwen een mentaal beeld op van de vaardigheid. Dat lukt het best doordat ze meerdere voorbeelden observeren, zodat ze ook valkuilen en opbrengsten zien en vertrouwen krijgen.
- Fase 2: mensen vertalen het mentale beeld van de vaardigheid naar hun gedrag. Ze proberen de vaardigheid zelf uit, merken wat goed en fout gaat en oefenen tot ze die redelijk beheersen.
- Fase 3: om de vaardigheid te behouden moeten mensen die actief blijven gebruiken en er kritisch naar kijken. Geleidelijk raakt de vaardigheid geautomatiseerd.
- Fase 4: mensen reflecteren regelmatig op de vaardigheid om verbeteringen door te voeren én om sluipende achteruitgang te voorkomen.
Tijdens alle fases is motivatie cruciaal. Leren kost tijd en moeite, dus mensen moeten gemotiveerd zijn om eraan te beginnen en om het door te zetten. Zeker in de eerste fase is het belangrijk dat mensen ervaren dat er een verschil bestaat tussen wat ze willen bereiken en wat ze kunnen bereiken. Die ‘pijn’ is voor de meesten een sterke drijfveer om überhaupt aan het leerproces te beginnen.
De twaalf stappen van de methode van Karin de Galan
De methode van Karin de Galan vertaalt deze vier fases naar twaalf concrete stappen voor trainers. De trainer is vooral betrokken bij de eerste twee fases, die tijdens de training plaatsvinden, terwijl fase 3 en 4 grotendeels na de training liggen.
Stap 1 – Onderzoek de trainingsvraag met het diagnoseschema
Voordat je gaat trainen, onderzoek je of er überhaupt een trainingsvraag is. Met zeven vragen breng je in kaart welke lastige situaties deelnemers tegenkomen, wat ze nu doen, welk negatief resultaat dat oplevert, wat de impact is, en hoe een handigere aanpak met beter resultaat en impact eruit zou zien. Zijn er geen lastige situaties, is het gedrag al goed genoeg, of is er geen positief effect voor deelnemers? Dan is er geen echte trainingsvraag.
Stap 2 – Kies voor impact, kill your darlings
Behandel niet alles, maar kies de situaties die het vaakst voorkomen of de grootste negatieve impact hebben. Liever drie onderwerpen goed getraind dan zes half. Bepaal vervolgens een psychologische volgorde. Begin met het onderdeel dat aansluit bij de grootste pijn van de deelnemers, niet bij wat logisch lijkt. Bedenk in deze fase ook hoe je de transfer naar de praktijk stimuleert.
Stap 3 – Maak je expertise expliciet in stappenplannen
Een stappenplan is een A4’tje dat net als een recept beschrijft hoe je een lastige situatie aanpakt. In de methode van Karin de Galan helpt zo’n stappenplan deelnemers om een scherper mentaal plaatje op te bouwen. De kunst is concreet te zijn en niet te blijven steken in algemeenheden. Omdat trainers vaak onbewust bekwaam zijn, helpt het je eigen aanpak vooraf te analyseren en met andere deskundigen te sparren.
Stap 4 – Introduceer motiverend, sluit aan bij de pijn
Je start elke training en elk onderdeel met een korte introductie in drie stappen. Benoem de lastige praktijksituaties (zo wordt de pijn explicieter). Vertel wat de training oplevert (zo bouw je vertrouwen). En doe iets aan kennismaking via uitwisseling van lastige situaties. Valkuilen zijn: te veel tijd besteden aan kennismaking, jezelf uitgebreid voorstellen, of ‘leerdoelen’ inventariseren.
Stap 5 – Motiveer en geef inzicht met de glijbaan
De glijbaan is een keuzemenu van werkvormen waarmee je een voorbeeld van de vaardigheid laat zien. Idealiter toon je daarbij het contrast tussen valkuilen en de goede aanpak. Bij deelnemers die hun pijn al voelen, geef je een demonstratie. Bij deelnemers die nog niet doorhebben dat ze de vaardigheid missen, gebruik je een uitdagende start. De deelnemers proberen de vaardigheid eerst zelf, ontdekken de valkuilen en zien daarna de goede aanpak. Starten met een voorbeeld geeft inzicht, laat de opbrengst zien en wekt vertrouwen.
Stap 6 – Verdiep het begrip met het werkend principe en het stappenplan
Als deelnemers een voorbeeld gezien hebben, koppel je er woorden aan. Je legt eerst het werkend principe uit (waarom de oude aanpak niet werkt en de nieuwe wel, met normalisering van het oude gedrag), daarna het stappenplan. Je grijpt terug op wat deelnemers in de glijbaan zagen. Beperk de uitleg tot ongeveer een kwartier en laat deelnemers erop reageren.
Stap 7 – Voorkom kunstjes met extra voorbeelden
Uit onderzoek blijkt dat deelnemers meerdere voorbeelden nodig hebben om een vaardigheid echt te snappen. Met één voorbeeld wordt een stappenplan een rigide kunstje. Extra demonstraties versterken het mentale plaatje en helpen deelnemers om de onderliggende principes te doorgronden.
Stap 8 – Laat deelnemers successen ervaren met de trap
Nu vertalen deelnemers het mentale plaatje naar gedrag via oefeningen die oplopen van makkelijk naar moeilijk. Je begint met tussenoefeningen (versimpeld via een deelvaardigheid, een eenvoudige casus of mentaal oefenen) en eindigt met de kernoefening met een zo echt mogelijke, “spannende” casus. Feedback op het gedrag en herkansen zorgen voor succeservaringen en vertrouwen.
Stap 9 – Bevorder transfer met oefenopdrachten en andere hulp
Na de training moeten deelnemers verder oefenen, want fase 2 is meestal nog niet af. Geef oefenopdrachten met feedback die gericht is op gedrag, niet op resultaat. Aanvullende hulp (een leeromgeving, intervisie, coaching on the job) moet niet vrijblijvend zijn, maar een integraal onderdeel van de training.
Stap 10 – Stimuleer onderhouden en aanscherpen
Laat deelnemers na de training niet aan zichzelf over, anders raken ze de vaardigheid kwijt. Onderhouden gebeurt door bewust voorbereiden, monitoren en reflecteren. Je kunt managers en collega’s meetrainen of terugkomdagen aanbieden. Aanscherpen is voor deelnemers die écht willen uitblinken, door te reflecteren op het resultaat wanneer dat tegenvalt en door 'briljante ontdekkingen' expliciet te delen en te bespreken.
Stap 11 – Stel het leerproces van de deelnemers centraal
Je programma is een leidraad, het leren is leidend. Je observeert voortdurend hoe uitleg, oefeningen en feedback landen en reageert daarop. Trainen wordt zo tweerichtingsverkeer, de pure zendtijd blijft beperkt tot ongeveer een kwartier.
Stap 12 – Begeleid het groepsproces met je hart bij de deelnemers
Deelnemers leren in een groep en moeten zich veilig voelen, bij jou én bij elkaar. De trainer voorkomt en lost strubbelingen op, zoals deelnemers zonder leerwensen, aanvallen op je autoriteit, sociaal onhandige deelnemers, een informele leider of een negatieve evaluatie.
Wat levert de methode van Karin de Galan op?
De methode van Karin de Galan levert betere resultaten op dan de doorsnee trainingen. Trainingen met een vergelijkbare opbouw hebben twee keer zoveel leerresultaten en transfer. Trainers ontwikkelen door de methode bovendien meer plezier in hun vak (hun waardering stijgt gemiddeld van 7,3 naar 8,6) en opdrachtgevers zien meer impact en een betere return on investment.
Veelgestelde vragen over de methode van Karin de Galan
De methode van Karin de Galan is een didactische aanpak om trainingen te ontwerpen, te geven en op te volgen. De aanpak sluit aan bij het natuurlijke leerproces van deelnemers en werkt met “de glijbaan en de trap”: eerst bouwen deelnemers een mentaal plaatje van de vaardigheid op (de glijbaan), daarna vertalen ze dat stap voor stap naar gedrag (de trap). Ze is uitgewerkt in twaalf concrete stappen, van diagnose tot transfer.
De glijbaan is de fase waarin je deelnemers moeiteloos een beeld geeft van de vaardigheid via voorbeelden; het kost hen weinig moeite en motiveert. De trap is de fase waarin ze de vaardigheid zelf gaan oefenen in oplopende moeilijkheid; dat is hard werken, stap voor stap omhoog.
Voor iedereen die mensen vaardigheden leert: van gespreksvaardigheden (verkopen, slechtnieuwsgesprekken, leidinggeven) tot praktische of cognitieve vaardigheden (een infuus inbrengen, een kruispunt ontwerpen, een sollicitatiebrief schrijven). Zowel startende als ervaren trainers kunnen ermee werken.
Ja. De methode van Karin de Galan combineert jarenlange praktijkervaring met inzichten uit de wetenschap van het trainen, samengevat in het boek Evidence based trainen (2024). Honderden experimenten met vergelijkbaar opgebouwde trainingen laten zien dat deze aanpak bijna twee keer zoveel resultaat oplevert.
Veelgestelde vragen over het ontwerp
Door eerst een diagnose te maken (stap 1). Zijn er geen écht lastige situaties, is het huidige gedrag al goed genoeg, of hebben deelnemers er zelf niets aan, dan is er geen echte trainingsvraag. Dan is het eerder een opgave voor het management dan voor een trainer.
Nee. 'Alles' willen behandelen leidt ertoe dat je niets goed doet. Kies de situaties die het vaakst voorkomen of de grootste impact hebben. Liever drie onderwerpen goed dan zes half.
In een psychologische volgorde, niet een logische. Begin met het onderdeel dat aansluit bij de grootste pijn van de deelnemers, zodat ze meteen voelen dat de training over hún problemen gaat. De vergelijking in het boekje: een huisarts die je blindedarm laat liggen om eerst je oren uit te spuiten, verliest je vertrouwen.
Een stappenplan is een A4’tje dat als een recept beschrijft hoe je een lastige situatie aanpakt. Het helpt deelnemers een scherper mentaal plaatje op te bouwen en geeft houvast bij het oefenen. De valkuil is te blijven hangen in algemeenheden; wees zo concreet mogelijk.
Veelgestelde vragen over de uitvoering
Omdat deelnemers in de eerste leerfase een beeld nodig hebben, geen woorden. Een voorbeeld laat zien hoe de vaardigheid werkt, wat die oplevert en dat het te doen is. Dat geeft meer inzicht en vertrouwen dan uitleg alleen. Pas daarna koppel je er woorden aan via het werkend principe en het stappenplan.
Niet per se. Stilvallen hoort bij het leerproces: deelnemers verwerken het mentale plaatje. De methode van Karin de Galan helpt je te begrijpen wat er in hun hoofd gebeurt, zodat je daar niet meer van schrikt en erop kunt inspelen.
Die zijn behulpzaam, geen storing. Ja-maars horen bij het leren en geven je de kans om iedereen meer te laten leren en beter te motiveren. Echte storingen (geen zin, niet willen oefenen) pak je aan onder stap 12, het begeleiden van het groepsproces.
Nee. Onderzoek laat zien dat deelnemers meerdere voorbeelden nodig hebben om een vaardigheid echt te snappen. Met één voorbeeld wordt het stappenplan een rigide kunstje, zoals een telefonische verkoper die strak een script volgt en geen contact maakt.
Kort: meestal hooguit een kwartier. Je brengt de “theorie” terug tot de essentie en onderbreekt zelfs die uitleg vaak om te checken of alles herkenbaar is.
In de kernoefening wil je dat deelnemers op de toppen van hun kunnen werken, met een zo echt mogelijke casus. Het resultaat is dan niet altijd perfect, maar de toepassing in de praktijk is beter dan wanneer je de oefening te makkelijk maakt.
Veelgestelde vragen over transfer
Omdat de tweede leerfase tijdens de training meestal nog niet is afgerond: deelnemers hebben de vaardigheid vaak maar één of twee keer geoefend. Zonder verdere oefening en steun raken ze die weer kwijt en is de hele training voor niets geweest.
Op het gedrag, niet op het resultaat. Deelnemers halen het beoogde resultaat vaak nog niet (een goede sollicitatiebrief leidt niet meteen tot een uitnodiging). Feedback op het resultaat zou in deze fase een faalervaring opleveren.
Door hulp aan te bieden die niet vrijblijvend is: oefenopdrachten, een leeromgeving, oefengroepen, intervisie of coaching on the job. Je kunt ook managers en collega’s meetrainen, zodat er op de werkvloer steun en aanmoediging ontstaat.
Veelgestelde vragen over de opbrengst
De methode van Karin de Galan werkt in elk geval beter dan de meeste standaard trainingen. Trainingen met een vergelijkbare opbouw als de onze bijna twee keer zoveel leerresultaat en transfer. Dat blijkt uit honderden experimenten die we samengevat hebben in het boek Evidence based trainen.
Meer plezier en regie. Trainers die overstappen waarderen hun vak gemiddeld twee punten hoger (van 7,3 naar 8,6). Je weet wat je doet, schrikt niet van weerstand en kunt improviseren met de onderliggende structuur in je hoofd.
Doordat je dicht bij de praktijk werkt en de vaardigheden op maat maakt, sluit de training aan bij echte uitdagingen en levert die zichtbare impact op. Trainers worden daardoor vaak teruggevraagd.