Karin de Galan

Karin de Galan is de oprichter van en drijvende kracht achter de School voor Training. Op deze pagina vertelt zij haar verhaal.

‘Tijdens mijn studie zie ik een poster hangen: “trainers gevraagd.” Een advertentie van een organisatie waar mensen ervaring op kunnen doen als trainer. Het lijkt me geweldig, maar ik denk meteen: “Dat kan ik toch niet.” Een vriend staat naast me en zegt: “daar werkt Jenny.” Ik ken Jenny, ze is een gewoon iemand. Ik besluit te solliciteren en krijg de plek.

Vanaf dat moment ben ik verkocht. Ik doe mijn afstudeervak bij de vakgroep onderwijskunde (naar het model van Kolb) en krijg daar mijn eerste baan. Hierna volgen nog drie werkplekken en in 2002 begin ik voor mezelf. Ik geef op dat moment allerlei soorten communicatietrainingen en doe ook af en toe train-de-trainer trajecten binnen organisaties. Daarvoor heb ik zelf uitdelers geschreven. Nu ik de tijd aan mezelf heb, besluit ik te kijken of ik een boek kan schrijven voor trainers. Op dat moment bestaan er nauwelijks boeken voor trainer. Ik gebruik een aantal bronnen (Kolb, Levine), maar het overgrote deel baseer ik op mijn eigen ervaring als trainer. Dat laatste vind ik trouwens doodeng, maar mijn uitgever gelooft in me en in 2003 komt Trainen, een praktijkgids op de markt.

Het boek wordt al snel een succes en daardoor komen er in 2004 deelnemers naar mijn eerste trainersopleiding. Bovendien krijg ik een mail van een student: of ze bij mij kan afstuderen. Ik zeg ja en vraag haar om te onderzoeken wat lezers vinden van de praktijkgids. Die blijken enthousiast over alle praktische handvaten, maar ze blijven moeite houden met ontwerpen. Het model van Kolb, dat een prominente plek inneemt in de praktijkgids, geeft daarvoor te weinig houvast. Dat laatste merk ik ook in de trainersopleiding. Met het model van Kolb krijg je wel creatieve werkvormen, maar de lijn in de ontwerpen ontbreekt. Hierdoor train je niet gericht naar een doel toe. Ik ben daar al aan het experimenteren met extra ontwerpstappen (zoals de kernoefening, checklisten en de successpiraal) en besluit dit uit te werken.

Ik laat Kolb los en modelleer mezelf: hoe ontwerp ik precies? De trap en de checklist heb ik al snel te pakken, de diagnose volgt daarna. Wanneer ik met de kinderen in de speeltuin zit, vallen de puzzelstukjes van de glijbaan op hun plek. Ik bel mijn partner Peter of hij pen en papier wil komen brengen, zodat ik alles kan opschrijven (het is 2006. Ik heb wel een mobieltje, maar daarmee kan ik alleen nog maar bellen). Een jaar lang schrijven en puzzelen leidt tot de eerste editie van Trainingen ontwerpen.

De methode wordt een succes. Trainers merken dat hij werkt, hun deelnemers zijn enthousiast en opdrachtgevers willen werken met trainers die door ons zijn opgeleid. Daardoor kloppen steeds meer trainers bij ons aan en breidt de school voor training uit. Houkje Berger komt erbij in 2006, Alice Zandbergen in 2008, Roderik Bender in 2009, Jaco Friedrich in 2010, Daan Rookmaaker in 2013, Marleen de Bruijn in 2016 en Leontien Kramer in 2018.

Peter is mijn sparring partner. Omdat het zo lekker gaat stapt hij in 2008 in de school voor training. Hij was altijd al sparringpartner bij het schrijven en pakt nu ook de website en het eerste klantcontact erbij. Hij is van huis uit geen trainer, maar onderzoeker (gepromoveerd in 1999 in de wijsgerige pedagogiek in Nijmegen). Dat komt mooi uit, want we worden steeds nieuwsgieriger naar de wetenschappelijke onderbouwing van de methode. Peter duikt in de literatuur en ontdekt daar Behavior Modeling Training – een evidence-based manier van trainen die sterk lijkt op mijn methode. Via Behavior Modeling Training ontdekt Peter ook het werk van de Amerikaanse psycholoog Albert Bandura. Die heeft baanbrekend onderzoek gedaan naar hoe mensen leren en blijkt de aartsvader van allerlei innovatieve interventies in therapie, onderwijs en trainen. Met deze kennis kunnen we aangeven waarom onze methode zo goed werkt en we kunnen hem verder aanscherpen.

Ik geniet van het trainen, van het doorzoeken naar wat trainen effectief maakt en van het schrijven. Mijn missie is om het vak vooruit te helpen en trainers te ondersteunen zodat trainingen effectief zijn en je lekker werkt als trainer. Want als een training lekker gaat is het het mooiste wat er is. Je bent met je groep in een bubbel en er is op dat moment niets belangrijker dan dat. ‘s Avonds ben je wel moe, maar tevreden moe. Voldaan. Wanneer het niet lekker gaat, voel je dat ook meteen. Tijdens de training is het duwen en trekken en je raakt er uitgeput van.

Hoe ervaren je ook bent; een groep is nooit kat in ‘t bakkie. Ook voor mij is elke training weer een uitdaging om het beste van mezelf te geven en te kijken wat op dát moment nodig is. Vaak gaat het goed, soms niet en dan zit ik net zo goed ‘s avonds te balen op de bank. Maar daardoor verveelt het nooit.’